Home Digitale Studiezaal Zeven hoofdwoorden Sháma

Zoeken

Sháma Send Print
6.  [ m v SHÁMA`: horen
Behalve hoofdzinnen en bijzinnen kent de Bijbel ook kernzinnen met kernwoorden die kortweg de hele Bijbel in zich bergen. De belangrijkste kernzin waarin de kern van de Hebreeuwse Bijbel is opgeslagen staat in Deut. 6 vers 4 : Hoor, Israël, AdonaJ (JHWH) is onze God, AdonaJ is één: Gij zult Hem liefhebben  met heel uw hart, geheel uw ziel en met heel uw vermogen en gij zult het inprenten. Deze kernzin met zeven kernwoorden shama`, Jisraël, JHWH, Elohim, Echad, ‘áhabh, lebh, [nephesh, me’od en shánan]  staat bijna letterlijk net zo in de Griekse Bijbel waar het ook een kernzin is (Mark.12: 29,30).
Bij deze zeven kernwoorden staat vóór op het Hebreeuwse werkwoord [ m v sháma`: horen: Hoor Israël. Er staat niet: zie Israël, maar hoor! Niet: let op Israël, let op de Daden van God, op wat God deed en doet als Schepper en vooral als Bevrijder bij de Uittocht, de Doortocht en de Intocht, maar hoor! Van alle zintuigen doet de Bijbel vooraleenberoepoponze oren. De Bijbel geeft meer stimulansen voor een hoor-cultuur dan voor een kijkcultuur. De Bijbel legt niet de nadruk op wat er te zien en te ontdekken is in de schepping en de geschiedenis, maar op wat er gezegd is. Niet op afbeeldingen, tekeningen, plaatjes, maar op woorden. De Bijbel prikkelt voor alles onze oren: Hoor Israël! Het Godsvolk Israël moet zijn gedrag niet laten bepalen door wat het ziet en wat ‘ogenschijnlijk’ goed is, zoals Eva ons aller moeder – ‘Eva zag dat de boom goed was om van te eten en dat de boom een lust was voor de ogen’ (Gen.3:6) – maar door wat gezegd is, door wat van de Overkant naar ons toegekomen is: Woorden van God Zelf (Gen.2: 18,19)
Er is woordsamenhang tussen  [ m v shama` (horen) en  ~ v shem (naam). De naam die in de Bijbel domineert, hét unieke Bijbelse kernwoord dat in feite de hele Bijbel in zich bergt, is de Godsnaam: JHWH =Hij Die er was, er is en er zijn zal, scheppend en bevrijdend, de Altijd Aanwezige. Dit Kernwoord bij uitstek volgt in de kernzin uit Deut. 6 onmiddellijk op het ‘Hoor Israel’. De oren van het Godsvolk moeten in de eerste plaats gericht zijn op de Naam, op wat Hij te zeggen heeft.
In deze kernzin staan nog twee markante Bijbelse kernwoorden, waarop het horen zich vooral moet richten: ‘echad (één) en ‘áhabh (liefhebben). De Altijd Aanwezige op Wie de oren van Israël allereerst gespitst moeten zijn is ‘echad: énig, uniek én uit één stuk. Hij is onvergelijkbaar, er is geen grootheid, geen ‘elohím zoals Hij. Er is er ook niets en niemand anders van Wie we zo zeker kunnen zijn, op Wie we zo vast kunnen vertrouwen, want Hij doet zoals Hij heeft gezegd, Hij is de Betrouwbaarheid Zelf, Hij is ‘émeth (waarheid, betrouwbaarheid), Hij is uit één stuk. Ook de ‘Kernelementen’ in Hem, Woord en Geest zijn één, Hij is niet in stukjes te knippen, Hij is ‘echád.
Het tweede karakteristieke kernwoord is ‘ahabh: hoor Israël, gij zult de Altijd Aanwezige liefhebben. Letterlijk staat dit werkwoord in de voltooide tijd ‘áhabhtá = gij hébt liefgehad. God liefhebben is geen opdracht, maar een gegeven. Liefhebben is een voltooide daad, een volbracht werk. Want niet wij hebben God, maar God heeft óns liefgehad en Hij wil Zijn liefde in ons voortzetten, gestalte geven, verwerkelijken.
Zie de woordstudies over ‘ahabh (liefhebben) en over lebh (hart): www.hvs.org.il
 
Hoe verwerkelijken we dat? Hoe krijgt de liefde Gods in ons gestalte en straalt die door ons heen? Door onze oren, door te horen! Want horen in de Bijbeltaal is de Woorden Gods door het oor laten doordringen tot ons hart, tot ons diepste innerlijk. Er is woordsamenhang tussen  [ m v sháma`(horen) en  h [ m me`eh (ingewand, binnenste). Ons hart is een heiligdom, een geestelijke leegte in ons, een holle woonruimte, die bestemd voor de Inwoning Gods, voor Zijn Woord en Zijn Geest. Anders gezegd: ons hart is van oorsprong een braak liggende Godsakker, die wacht op het Zaad van het Woord, dat in ons ontkiemen wil en opschieten en naar buiten wil komen, gestalte wil krijgen in een andere wijze van denken en gevoelen, van anders spreken en doen. Maar dat gaat niet zondermeer. Sinds wij als mensheid aan Gods Tegenstander toegang gaven tot de akker van ons hart is deze bezaaid met stenen en onkruid. Het Woord dat door onze oren binnen komt kan hierdoor belemmerd worden of zelfs geheel verstikken. Wil het Woord in ons ontkiemen en niet verstikken of niet het ene oor in en het andere weer uitgaan dan moet de Godsakker grondig worden omgeploegd, het onkruid uitgeroeid en de stenen opgeruimd.
Israëls God spreekt niet alleen door de Woorden die vanbuiten af naar ons toekomen, door Bijbellezing en verkondiging, maar Hij spreekt ook rechtstreeks door Zijn Geest in ons hart. Leren horen naar de Geest is een bijzondere geestelijke oefening. Leren horen naar het Woord van buiten af in de Bijbel en de verkondiging vergt meestal ook enige oefening of ervaring. Maar leren horen naar de Geest van binnen uit is minstens zo moeilijk.
Om deze Stem in het hart te verstaan moeten we geestelijk leren onderscheiden = de Stem van de Geest leren onderscheiden van de verleidelijke fluisterstem van de Tegenstander die nog steeds, tot onze dood toe, toegang heeft tot ons binnenste. Hij is de Tegenspreker die altijd meeluistert en fluistert als God aan het woord is in de Bijbel, maar vooral ook als God rechtstreeks spreekt door Zijn Geest in ons hart. Het onderscheiden wordt moeilijker naar mate er minder Woord van God in ons hart woont. Waar het Woord woont en meer en meer wordt toegelaten en overheersend wordt, krijgt de Tegenstem steeds minder kans en wordt de Geest steeds beter hoorbaar. Want Geest en Woord zijn ‘echad, één en onafscheidelijk. Waar Woord en Geest van elkaar worden losgekoppeld gaat de geestelijke ervaring ontsporen en het Bijbelinzicht verloren, een proces dat vaak eindigt in zelfvergoddelijking en Bijbelkritiek, in een onafscheidelijke twee-eenheid.
Wie hoort naar het Woord, kan horen naar de Geest, want de Stem van het Woord is de Stem van de Geest. De Geest is geen zelfstandige Stem naast het Woord, de Geest vertaalt het Woord tot een innerlijke stemgeluid: ‘dit is de weg, wandelt daarop’ (Jes.30:21 ). Anders gezegd: de Geest schrijft het Woord Gods op de ‘tafel van ons hart’, van waaruit het Woord gestalte kan krijgen niet alleen in een geheiligde overtuiging of een geheiligd inzicht, maar ook in een geheiligd gedrag.
Voorwaarde is wel dat Gods Woord niet wordt ingeperkt naar eigen believen of gehalveerd. Wanneer we ons bij het horen naar het Woord beperken tot de Griekse Bijbel en de Hebreeuwse Bijbel voor ons niet meer fundamenteel is en geen voorrang heeft, scheppen we in ons hart en ons hoofd een leegte die aantrekkelijk is voor de fluisterstem van de Tegenstander, die ons graag verleidt met halve waarheden.
 
De Bijbel roept ons niet alleen op om te horen naar de Woorden van God en die ter harte te nemen: hoor Israël, maar spoort ons ook aan om God op te roepen om naar óns te horen: Hoor HERE! Hoor toch! Antwoord mij! De Psalmen staan vol deze op roep. En ook van het getuigenis dat Israëls God een God is die hoort!  Hij hoort het geschrei, het gekerm van zijn verdrukte volk (Ex.2:24, 3:24: 6:4). Hij hoort ons, dat wil zeggen: Hij verhoort ons = we krijgen antwoord als we roepen! Het kan soms even duren en het antwoord past niet altijd rechtstreeks op de vraag, maar Hij antwoordt altijd. Hij hoort Israël en bevrijdt hen uit de verdrukkingen.
Tot slot, in de Bijbel staat zoals gezegd het horen en niet het zien voorop. Maar het Hebreeuwse woord  [ m v sháma  eindigt op een  [ Ajin = oog! Dat is een diepzinnige taalsymboliek: we beginnen niet met zien, maar het eindigt er wel mee! Wie hoort, zal zien! Wie de Woorden Gods tot zich laat doordringen, zal een ziener worden, die zal Gods werken zien, die zal met bevrijde ogen rondkijken in Gods schepping en die zal oog krijgen voor Zijn bevrijdend handelen in verleden en heden, die gaat het jaartal 1948 zien zoals het teruggekeerde Godsvolk het ziet: als een hoopvol reshiet, als ‘het begin van het uitspruiten van Israëls verlossing’ en daarmee van de volken. Wie de Woorden Gods doordringend hoort, zal ook zicht krijgen op de toekomst: het is geen aflopende zaak met onze wereld, maar zoals iemand het uitdrukte ‘een oplopende zaak’!   We zijn op weg, opgaande als pelgrims naar Tsion, naar de vervulling van de beloftevolle Woorden Gods die uitgesproken zijn door Israëls profeten (Mich. 4:1-4; Jes. 2:1-4) en door de hemelse gezanten (Luk.2:14): shalom op aarde vanuit Tsion voor alle volken! Het is niet toevallig dat er ook woordverband is tussen  [ m v sháma` en  ~ A l v shalom! En vooral is er verband tussen het samen horen (het als volk en volkerenwereld ‘saamhorig’ zijn ) en ‘shalom’: waar men niet samen hoort naar het Woord en Geest van Israëls God, valt iedere samenleving in brokstukken, in onderlinge strijd uiteen, uit de Eén1.
1 De goede hoor-houding is die van de jonge Samuël: ‘spreek HERE, want Uw knecht hoort’ (1 Sam.3:9,10). De gehoorgevoeligheid voor Woord Gods is niet aan leeftijd gebonden. De jonge Samuël was super Woordgevoelig, maar de oude Eli was vrijwel afgestompt en zijn zonen helemaal… zodat ‘het Woord des HEREN schaars was in die dagen’ (1 Sam 3:1)
 
Nog een notitie
Er is woordverband tussen [ m v, ~ v shém (naam,wezen) ~ v shám (dáár) en  ~ y [ m v shämajim (hemel: dáár, aan de overkant van onze zichtbare werkelijkheid, waar de namen zijn, het wezen der dingen); ook tussen [ m v en  x m f (vreugde beleven).
 
Laatste wijziging (maandag, 24 augustus 2009)

 
Home Digitale Studiezaal Zeven hoofdwoorden Sháma