Home Digitale Studiezaal WAW Woordstudie - báchar Báchar

Zoeken

Báchar Send Print
6. r x b báchar: kiezen
Aansluitend op Studietafel Waw
Het Hebreeuwse werkwoord r x b BÁCHAR kiezen is één van de kernwoorden die kenmerkend zijn voor de God der Hebreeën: Hij kiest, heeft gekozen en zal vasthouden aan zijn keuze! Israëls God is geen automaat, geen voorgeprogrammeerd robotachtig Wezen dat onverstoorbaar en gevoelloos volgens een vastgestelde orde zijn programma afwerkt. Hij is ook geen grillig Noodlot dat willekeurig en onberekenbaar in onze geschiedenis ingrijpt. Maar Hij is die Ene Unieke Grootheid Die bewust kiest en hoe dan ook aan zijn keuze vasthoudt.
Zijn verkiezend handelen begint al bij de schepping, Hij kiest in de mateloze veelheid van het heelal voor onze planeet aarde. Hij kiest voor Noach, Hij kiest voor Abram. Maar de eerste keer dat dit werkwoord r x b BÁCHAR kiezen voorkomt in relatie tot Israëls God is in Deut. 7:6 ‘U heeft de HERE Uw God uitverkoren uit alle volken om Zijn volk te zijn’. Waarom Israël? Niet omdat U zo’n groot en sterk volk was, zegt Mozes, maar … omdat God U liefhad (Deut.7: 8)
Later komt het werkwoord ook voor met betrekking tot de keuzevoor Aäron en zijn zonen en voor de stam van Levi (Deut. 18:5; 21: 5, Ps.105:26) en ook in verband met Gods keuze voor David (2 Sam. 16: 8,10; 6:21), voor de Berg Tsion als Zijn woonplaats (Ps.132 ) en voor de zevende dag als Zijn rustdag.
Dit kiezen van God voor een bepaald volk, voor een bepaalde familie of persoon is een zeer ingrijpend gebeuren omdat daarbij anderen worden gepasseerd. God kiest voor Abram en gaat Lot voorbij, Hij kiest voor Isaäk en passeert Ismaël, Hij kiest Jacob en gaat Ezau voorbij, Hij kiest David met voorbijgaan van al zijn oudere broes en Hij kiest de familie van Aäron en de stam van Levi met voorbijgaan van alle andere families en stammen, Hij verkiest de berg Tsion boven alle andere bergen ter wereld en zevende dag boven de andere dagen1.
Waarom kiest God voor Israël, waarom zondert Hij deze jongste der volken af van de overige volken en waarom zet Hij binnen Israël het koningshuis van David en de stam van Levi apart? 
Hij zondert een deel af van het geheel, een volk apart,een familie apart,  met het oog op het geheel. Israël wordt gekozen met het oog op alle volken, ja op heel de schepping die hij liefheeft. Want van Hem is heel de aarde (Ex.19:5) en Hij is Koning over alle volken (Ps.47:3; 67:4).
Kiezen en liefhebben zijn twee handelingen van Israëls God die nonlosmakelijk gekoppeld zijn: liefhebben is een vorm van kiezen, en kiezen is een vorm van liefhebben. Wie iedereen liefheeft heeft niemand lief2. Liefde kiest altijd een spoor, een kanaal waarlangs de liefde kan uitstromen naar anderen. De liefde van de bruidegom voor zijn bruid is verkiezende liefde: deze ene, die hij uit alle vrouwen ter wereld gekozen heeft, is het kanaal waardoor hun gebundelde liefde kan uitstromen naar anderen, naar de kinderen, naar de buurtgemeenschap en de volksgemeenschap, naar heel Gods schepping.
Kenmerkend voor deze verkiezende Liefde van Israëls God is dat zij niet vaag en vluchtig is, maar de structuur heeft van een onverbrekelijk verbond. Zijn verkiezende liefde is onvoorwaardelijk én duurzaam, voor altijd en immer.
Vanuit deze Liefde, deze onverbrekelijke verbondsliefde heeft Hij gekozen voor Zijn volk Israël en heeft Hij gekozen voor de Berg Tsion (Ps.132:13) in het hart van het Beloofde Land, in het centrum van de wereld (Jes.2:1-4).
Vanuit deze onverbrekelijke verbondsliefde heeft Israëls God ook een gemeente, een ekklesia gekozen uit de volken  in het spoor van Israël als het kanaal waarlangs Zijn Liefde kan uitstromen tot aan de einden der aarde.
Kiezen is een kernwerkwoord dat niet alleen kenmerkend is  voor Israëls God, maar ook voor de mens die naar Zijn beeld geschapen is. Mens zijn is kunnen kiezen. We zijn geen willoze werktuigen van een onverstoorbaar Noodlot. Het is ook onmenselijk om stuurloos mee te drijven op de grote stroom waarin iedereen meestroomt, om te denken en te doen zoals de massa doet, zoals de massamedia ons voorhouden: ‘Gij zult de meerderheid niet volgen in het kwaad’. Menselijk is het om te kiezen: ‘kies heden wie Gij dienen zult’ ( Jozua 24: ).
Bij de intocht in het Beloofde Land heeft Israël gekozen voor zijn uitverkiezing:  heel bewust heeft het Godsvolk de keuze van Zijn God aanvaard (Jozua 24: 22). En de vrome Israëliet kiest bewust voor de weg die God hem wijst ( Ps.119: 173).Mens zijn als beelddrager van Israëls God is kunnen kiezen, kiezen voor onze uitverkiezing: ‘Wij en ons huis wij zullen de HERE dienen’.
Er is woordverband tussen Báchar (uitverkiezen) en Bérekh (zegenen), tussen Báchar en Bárach (wegvluchten: uitverkiezen= wegroepen) en tussen Báchar en Báchan (beproeven, Gen,42:14,16).
1 Merkwaardig dat Israëls God vaak een zekere voorkeur heeft voor de jongeren, terwijl toch in het algemeen  voor de opbouw van een stabiele samenleving juist de oudsten , de ‘zekenim’ (presbyters) en de oudste zonen, de bêkhorim een vooraanstaande plaats hebben. Waarom gaan in Gods bevrijdend handelen de jongsten voorop?
Misschien mag men het zo zien dat in de scheppingsorde de oudsten voorop staan vanwege de stabiliteit in de samenleving, maar dat in de orde van de bevrijding juist de jongeren als voortrekkers  gekozen worden, omdat zij beweeglijker zijn en niet gehinderd worden door vaste systemen of tradities?
Soms worden jongeren, als ze oud geworden zijn, ook weer gepasseerd door de ouderen: zo is het volk Israël, de jongste der volken bij de uitzending (de verkondiging van het Koninkrijk Gods onder de volken, Jes.2:1-4) gepasseerd door de jonge gemeenten uit de volken. Maar nu na 2000 jaar worden de oude kerken weer ingehaald door het verjongde Israël, dat sinds 1948 weer jong en fris op de wereldkaart staat!
2 De slogan dat God van alle mensen houdt zonder onderscheid is een gevaarlijke eenzijdigheid die leidt tot haat tegen Gods uitverkoren bruidsvolk, Israël met wie en door wie Zijn Liefde uitstroomt naar de volkerenwereld.
 

Laatste wijziging (maandag, 24 augustus 2009)

 
Home Digitale Studiezaal WAW Woordstudie - báchar Báchar