Home Digitale Studiezaal GIMEL De oranje studietafel Gimel

Zoeken

De oranje studietafel Gimel Send Print
Een bevrijd mens
Wat is mens zijn in het spoor van Israëls God? Het betekent allereerst: ons door Hem laten bevrijden. Immers bevrijden (jasha` - moshia`- jehoshia`) is het meest karakteristieke handelen van de God der Hebreeën. Bevrijden waarvan? Zijn bevrijdend handelen heeft twee lagen: een brede laag, een volksbevrijding en een smalle laag, een puur persoonlijke1. Het gaat nu om die puur persoonlijke bevrijding. Waarvan moeten wij ons laten bevrijden? Van onze ik-gerichtheid. Het is een moeilijk te aanvaarden gegeven dat wij ‘gestoord geboren’ worden, niet in een open relatie met de Ander en de ander, maar in een narcistische relatie met onszelf2, waarbij de ander en de Ander beleefd worden als een verlengstuk van onszelf. Het kind in ons kent geen verschil tussen ‘ik’ en ‘gij’: alles om het kind heen, niet alleen zijn ouders, maar ook de planten en dieren vormen één groot chaotisch geheel waarvan hij/zij het centrale middelpunt is. Alles draait om het kind in ons1.
Pas als de Stem klinkt – ‘Adam waar zijt gij?’ - pas als het kind in ons persoonlijk wordt aangesproken door de ouders3, of door gezanten van Israëls God bij de naam wordt genoemd, begint uit de ‘oerbrei’ van eenheidsbelevingende ik-beleving zich los te maken. Want onze bevrijding voltrekt door het Woord, niet via onze ogen, niet via het zien, maar via onze oren, via het horen ontstaat die alles beslissende scheiding3 tussen ‘ik’ en ‘gij’, tussen ik en ‘Gij’. Hoor Israël!
Mens zijn in het spoor van de God der Hebreeën betekent: ons door de Stem laten aanspreken. Door de Stem die al sinds eeuwen overduidelijk opklinkt vanuit Jeruzalem, wereldwijd, maar vooral in onze Westerse wereld4. De Stem die wacht op ons antwoord: hinenni - hier ben ik! Hier ben ik, kleine, schuldige, egocentrische mens tegenover U mijn barmhartige Bevrijder, hier ben ik tot Uw beschikking, tot Uw dienst.
Het verzet, de taaie tegenstand tegen deze scheiding uit de oerbrei, tegen dit bewust hinenni zeggen, tegen de ‘ik’ wording = tegen de aanvaarding van de ander als een unieke ander en tegen het toelaten van die ander in mijn unieke leven - die tegenstand heeft een diepte dimensie: die houdt verband met dé Tegenstander. We voelen ons als mensenkind niet alleen zeer behaaglijk in deze voortgezette ‘moederschoot’, in deze oerbrei van het Grote Geheel, waarin we geen echte verantwoordelijkheid dragen5, maar we bevinden ons ook in het krachtenveld van Gods Tegenstander, van de verleidelijke fluisterstem in ieder mensenhart die ons verzet aanwakkert: ‘Horen naar God, naar de Ander of de ander, je ouders, je leermeesters - waarom zou je? Je bent zelf God of een onderdeel van het Goddelijke, je maakt zelf wel uit wat goed en kwaad is!6
1 In de Hebreeuwse Bijbel ligt de nadruk op die eerst laag: de bevrijding van de kinderen Israëls uit het slavenbestaan, maar de tweede, de persoonlijke bevrijding waarop in de Griekse Bijbel alle nadruk ligt, ontbreekt toch niet. Temidden van het bevrijde volk dat als geheel, als volksgemeenschap vaak ontspoort, het spoor van zijn Bevrijder verlaat, eigen wegen gaat en daardoor weer zijn vrijheid verliest, zijn er veel vrome rechtvaardigen (chasidim en tsadiqim), die blijven gaan in Zijn spoor. Zie voor het accentverschil tussen de Hebreeuwse en de Griekse Bijbel ook het ‘Mission Statement’ onder punt 4: Het Basis Studieboek: de Hebreeuwse Bijbel’
2 Narcissus is een figuur uit de Griekse mythologie die zijn spiegelbeeld in het water zag en daar onbedwingbaar verliefd op werd. Zie Studietafel Aleph, onder Hoofdwoord ‘áhabh.
3 Ouders en oudsten (zekénim of presbyters) zijn de originele Godsgezanten op aarde, die tot hun taak worden opgeroepen door bijzondere gezanten, zendelingen, apostelen die vanuit Jeruzalem uitgezonden zijn naar de einden der aarde.
4 Scheppen door te scheiden is ook het thema van Genesis 1: alles lag verward chaotisch door elkaar en in elkaar; lucht en aarde, aarde en zee, het was één warrige oerbrei geworden (‘geworden’ - hájáh staat er, en het diepzinnige werkwoord hajah kan nooit een zinloos koppelwerkwoord zijn!). Maar het Woord Gods brengt scheiding en daardoor komt er vaste grond en kan de aarde zich ontplooien. De band tussen moeder en kind is zeer ingewikkeld: een sterke oerband bestaande uit tal van in elkaar verstrengelde lichamelijke, psychische en geestelijke draden. Als de eerste scheiding van moeder en kind bij de geboorte niet gevolgd wordt door een tweede scheiding, kan het kind zich niet ontplooien, blijft het onvolwassen. In onze moderne cultuur met zijn nadruk op de vrouwelijke aspecten van ons mens zijn geeft de scheiding tussen moeder en zoon de meeste barensweeën: massa’ s moderne jongens worden nooit volwassen in mannelijkheid, blijven papkinderen of ontaarden in macho’s- criminelen.
5 Onze Westerse wereld - en vandaar uit gaande weg heel de wereld - is aangeraakt door het Woord van Israëls God. Al vele eeuwen vóór het begin van onze jaartelling waren Israëlitische stammen uit Noord Israël en later vele Joodse inwoners uit Judea uitgezwermd over heel de bewoonde wereld. De Grieks-Romeinse verlichting, het ontstaan van het individuele, logische denken in onderscheiding van het mythologische, is niet los te denken van de ontmoeting met de God der Hebreeën. De Griekse cultuur wortelt in de Hebreeuwse (zie ‘Mission Statement’ onder punt 4 en ook op de Leestafel in de Hal onder punt 9: ‘Samenleven is Samenloven- Lechajjim!’, Bijlage 2. 10). Maar vooral sinds de apostolische zending vanuit Jeruzalem weerklinkt de Stem van de God der Hebreeën door heel de Westerse wereld en vandaar uit wereldwijd. Heel de Europese cultuur, de oude en ook de moderne is te zien als een antwoord, een positief of een negatief antwoord op de Roepstem van Israëls God: Adam, waar zijt gij? Laat U met God verzoenen!
6 In deze oerbrei kán ook niemand mij ter verantwoording kan roepen. Als ik uit de godheid voortgevloeid ben, een deel ben van het Al, van het Grote Geheel, als ik in wezen zelf god ben, heer en meester over mijzelf, wie kan mij dan nog ter verantwoording roepen?
 
Mens zijn in het spoor van Israëls God betekent vervolgens: zich door Hem laten heiligen, zich door Zijn Heilige Geest laten vervullen. Heiligen is verbinden met de Heilige, een geheiligd mens heeft zich volledig laten verbinden met de Heilige Zelf, de Ene, de Unieke. Met als gevolg dat men vanzelf, van binnen uit, door de Heilige Geest de trekken van de Heilige gaat vertonen = sprekend op Hem gaat lijken, Zijn geesteskind gaat worden, Zijn Liefde, Zijn Chesed en ‘Emeth1 gaat weerspiegelen. Een geesteskind van God te zijn, een mensenkind dat niet alleen sprekend op de Vader lijkt, maar dat ook een directe, hartelijke relatie met Hem onderhoudt - dat is het ultieme programma van onze bevrijding. Een programma waarbij ouders en leraren slechts tijdelijk een rol spelen, als begeleiders op de weg naar de volledige mondigheid van ieder mensenkind. Want de eigenlijke leraar is God Zelf. Het is de Heilige Geest Die ieder mensenkind persoonlijk onderwijs wil geven: de Geest geeft privé les in de Goddelijke Torah, Hij opent ons verstand ervoor, Hij schrijft de liefdevolle richtlijnen die God aan Israël heeft voorgeschreven voor het ordenen van de tijd en het aardse bezit op de tafels van ons hart (Jer. 31:33; Hebr.8:10). Hij prent ze ons in, zodat de Torah zich volledig verinnerlijkt en we vanzelfsprekend gaan doen wat God in Zijn Liefde ons heeft voorgehouden, voorgeschreven ter ontplooiing van ons mens zijn en van onze menselijke samenleving tot de lof van Zijn Naam.
1 Zij die vooral Gods d s x Chesed (liefdetoon) weerspiegelen zijn de ~ y d y s x chasídím; zij die vooral een afglans geven van Zijn t m a ’Emeth (trouw) of q d c Tsedeq (betrouwbaarheid, rechtvaardigheid) weerspiegelen zijn de ~ y q y d c tsadíqím.
 
Deze puur persoonlijke bevrijding en levensheiliging voltrekken zich niet zonder meer bij iedereen. Bij miljoenen, miljarden blijft de bevrijding halverwege steken of wordt die meteen al in de kiem gesmoord. Wij lijden niet alleen aan een gestoorde geboorte, maar wij kunnen ook gaan lijden aan een gestoorde bevrijding. De eerste, de narcistische verstoring is een algemeen menselijk gegeven waarvoor het kind in ons geen persoonlijke verantwoordelijkheid draagt, hierbij is sprake van een gedeelde, gemeenschappelijke schuld: wij, Adam, wij allen hebben collectief verkeerd gekozen en zijn daardoor verstrikt geraakt in een narcistische eigenliefde, in het krachtenveld van Gods Tegenstander. Maar de tweede, de gestoorde bevrijding is een direct gevolg van ieders persoonlijke keuze: we kunnen horen of niet horen naar de Stem van de Bevrijder, we kunnen ons keren tot Hem of afkeren van Hem. Op het moment dat Hij ons bij name roept, zijn wij in principe vrij om hinneni te zeggen: hier ben ik tot Uw dienst. Maar ook vrij om onze eigen gang te gaan, om een ‘vrijgezelle individualist’ te worden, om vrij ván God en als het ware áls God te zijn’ = vrij om zelf te bepalen wat goed en kwaad is.
Ook vrij om voor deze puur individuele vrijheid weg te vluchten in de roes van het moderne amusement1 of terug te keren in een moederlijk koesterende of vaderlijk geordende religie = het oude en eeuwig moderne heidendom. Dit heidendom nieuwe stijl kan inderdaad op twee manieren onderdak bieden aan de moderne mens die op de vlucht is voor de Roepstem van de God der Hebreeën: moederlijk en vaderlijk. Moederlijk doordat deze religie als een moeder al onze persoonlijke verantwoordelijkheid wegdrukt, verdoezelt: het kind in ons mag zich koesteren in de liefdevolle ‘moederschoot’ van het Al, van het ene grote chaotisch Geheel wat alle mensen omvat, waarin alles één is, waar alles goed  en verzoend is, waarin ook goed en kwaad met elkaar verzoend zijn. Vaderlijk doordat deze gestructureerde religie als een autoritaire vader alle verantwoordelijkheid van ons overneemt: wij kunnen de zaken in deze wereld en in ons persoonlijk leven met een gerust hart overlaten aan deze almachtige Grootheid, aan deze ontzagwekkende, onzienlijke, onbegrijpelijke, naar eigen willekeur handelende Godheid, die ons mateloos ver overstijgt en die alles van te voren al bepaald heeft; het spannende is wel, maar dat geeft tegelijk structuur aan ons leven en samenleven, dat wij afgerekend worden in een komend gericht op de vraag of wij ons al of niet strikt en blindelings gehouden hebben aan de door deze Godheid voorgeschreven wetten2.
1 Het moderne amusement is in feite ook een vorm van religie, surrogaat religie, waarbij de moderne vluchteling voor God, de Ene de Unieke wegduikt in een diversiteit van vermaak: lectuur, film, cabaret, disco en nog vele ander afleidingsmanoeuvres tot aan drank en drugs toe, die slechts schijnbaar helpen om te ontkomen aan de klem van de Stem: Adam waar zijt gij? Laat U met Mij verzoenen!
2 Hoewel nagenoeg elke volksreligie goden én godinnen kent kan men toch wel in hoofdzaak twee typen onderscheiden: een vrouwelijk koesterende en een mannelijk autoritaire gestalte, die elk op eigen wijze de persoonlijke verantwoordelijkheid onderdrukken en zo de mondigwording van een volk totaal belemmeren.
 
Omdat beide vormen van gestoorde bevrijding, van de onafhankelijke individualist en de neoheiden, voortkomen uit dezelfde weerstand uit dezelfde rebellie1 - men wil niet horen naar het Woord van Israëls God en zich niet overgeven aan/openstellen voor Zijn Geest – is er geen wezenlijk verschil tussen beiden. Ze komen ook beiden tot dezelfde ongerechtigheid: wat kwaad is in de ogen Gods wordt goed gepraat en wat goed is, Zijn Onderwijzing, Zijn Torah, wordt als kwaad afgeschilderd. Ze worden ook beiden in de Hebreeuwse Bijbel aangeduid met hetzelfde woord [ v r rasha` .
Het is merkwaardig dat [ v r rasha` taalverwant is met [ v y jasha` bevrijden. Eén letter maakt het verschil, de r Resh, de letter, die samen met de slotletter, de [ Ajin het woord ‘kwaad’ vormt: [ r  ra`. De letter Resh zelf betekent hoofd, voorganger, voorloper, leider. Een rasha` is iemand die voorop loopt in het kwaad = in een leven los van God, de Ene de Unieke. De resha`im (meervoud van rasha’) zijn de leidinggevenden, de opiniemakers, die bewust of onbewust anderen meetrekken en dus een grote verantwoordelijkheid dragen voor de kring waarin zij verkeren. Er is ook letterverband tussen [ v r en [ v p pesha`: rebellie, de opstandigheid tegen de God onze Schepper en Bevrijder. Het meest kwetsend voor God is nog niet de opstand tegen Hem als Schepper en Wetgever, maar tegen Hem als Bevrijder, niet het verwerpen van Zijn Torah, maar het afwijzen van Zijn liefde: de rasha` kwetst Hem vreselijk in Zijn Liefde en dat wekt Zijn vreselijke Woede.
Het is opvallend dat deze resha`im in de Bijbel niet direct gezocht en gevonden worden onder de bewoners van de naburige, heidense volken, maar onder de eigen volksgenoten. Daaronder bevinden zij zich: de rebellen die het volk voorgaan in god-loosheid, in afkerigheid van de God der vaderen. Soms, en dat is het meest onthutsende, bevinden deze resha`im zich onder de voorgangers van het volk in de gestalte van de chasidim, de zeer vromen of van de tsadiqim, de zeer rechtvaardigen, de Schriftgetrouwen: erger dan de ergste godlozen zijn de vrome resha`im. Dat dringt tot ernstig zelfonderzoek Ook wij kunnen als zeer vrome en Bijbelgetrouwe volgelingen van Israëls God en Zijn Messias ons bewust, maar meestal onbewust verzetten tegen de voortgang van Gods bevrijdend en heiligend handelen, ook wij kunnen ‘gestoord bevrijd’ zijn en anderen daarin meetrekken, ook wij kunnen de God der Hebreeën kwetsen in Zijn Liefde en Zijn Heilige Toorn opwekken. Heilige Toorn, want de Woede van Israëls God over Zijn volk en Zijn mensheid is gekwetste Liefde. [Het is de toorn van het Lam, Openb.6:16] 
1 Er is ogenschijnlijk wel onderscheid tussen de zelfvergoddelijking van de vrijgezelle individualist en die van de neo-heiden. De onafhankelijke individualist die ‘los van God’ leeft, de moderne humanist die ‘gelooft in de kracht van mensen’, verwacht alles van eigen kunnen en handelt ‘als God’ volgens eigen goeddunken. Maar in de moederlijke volksreligie beleeft het mensenkind zich toch ook ‘als God’, als een deel van het grote Goddelijke Geheel, als een goddelijke vonk en het gedrag is ook hetzelfde: men handelt volgens eigen goeddunken. Ogenschijnlijk ligt het wel iets anders bij de vaderlijke volksreligie: er is hier geen sprake van een goddelijke vonk, er is juist een grote, oneindige afstand tot de goddelijke Gootmacht. Maar de zelfvergoddelijking steekt hier in het geloof dat men op eigen kracht kan ontkomen aan het oordeel door stipt volgens de goddelijke regels te leven.
 
Laatste wijziging (donderdag, 09 oktober 2008)

 
Home Digitale Studiezaal GIMEL De oranje studietafel Gimel