Cruiseschip op klip In het Mission Statement1 is onze moderne, welvarende Westerse samenleving vergeleken met een schitterend cruiseschip dat zijn koers is kwijt geraakt, op de klippen is gelopen en lekgeslagen. Met man en macht en met behulp van de modernste technieken proberen we het binnenstromende water te keren, de lekken te dichten en het schip vlot te trekken om daarna tussen de klippen door gewoon verder te varen zonder ons af te vragen of dit wel de goede koers is2.
Intussen stapelen de problemen zich op: welvaartsziekten, verslavingsproblematiek, zedenverwildering, ‘hufterigheid’, criminaliteit, terrorisme, financiële instabiliteit en vooral: milieuproblematiek. Met name dat laatste wordt steeds meer gezien en ook gepropageerd als hét grote, levensbedreigende probleem dat ons allen aangaat en funest is ook voor de komende generaties ‘all over the world’.
Maar is de milieuvervuiling, met alle gevolgen daarvan zoals klimaatverandering, zeespiegelstijging, uitdroging en verwoestijning van de aarde etc. wel de ergste ramp die ons bedreigt? Is dit dé ultieme bedreiging die we met alle politieke en technische machtsmiddelen moeten bestrijden en waarvoor we desnoods grote offers voor moeten brengen? Zelfs het allergrootste offer van onze vrijheid, persoonlijk en als volkssamenleving? Want voor het oplossen van wereldproblemen zijn grensoverschrijdende maatregelen nodig waaraan niemand zich mag onttrekken, ook al gaan ze tegen onze persoonlijke of nationale belangen in. Een wereldprobleem vraagt om een wereldorde waarin ieder mens en ieder volk zich moet schikken! Vraagt uiteindelijk om een wereldwijde dictatuur.
1 Het Mission Statement is de vinden op de website van de Hebreeuwse Volksschool: www.hvs.org.il (let wel: niet .nl, maar .il).
2 Al eerder, in de eerste helft van de vorige eeuw had het schitterende Westerse cruiseschip ernstige averij opgelopen: tijdens twee verschrikkelijke wereldoorlogen met een historisch ongekend aantal slachtoffers en met als historisch ongekend dieptepunt de genocide op het Joodse volk. Maar het was wonderwel gelukt het schip weer in de vaart te krijgen met een tot dusver ongekende welvaart in het verenigde Europa. Vergeleken met toen lijkt de huidige problematiek veel minder ernstig, maar de oplossing is veel en veel moeilijker.
Het veel ernstiger en veel diepgaander probleem dat ons allen aangaat en dat de zeespiegelstijging etc. ver overstijgt is de verbrokkeling van de menselijke samenleving. Ons moderne leven is gekenmerkt door een oneindig aantal breuklijnen1, niet alleen internationaal en nationaal, maar ook in de kleinere levensverbanden van families en gezinnen, tot in het persoonlijke leven toe. Onze huidige samenleven zit boordevol breuklijnen, barstensvol gebrokenheid.
Er is vooral bij ons in het welvarende Westen een schreiend gebrek aan heelheid = aan shalom.We leven niet meer zoals vroeger beschermd en beschut in hechte verbanden van familie en volk, van kerkgemeenschappen, politieke partijen of maatschappelijke organisaties. We zijn zogezegd ‘geïndividualiseerd’. We hebben ons ontworsteld aan het oppertoezicht van kerk en staat, van familieoudsten, van landheren, fabrieksbazen en partijleiders. We zijn kritisch geworden, we zijn zelfdenkend, we zijn mondig geworden. Op zich is dit een zeer positieve ontwikkeling. De moderne mondigwording, die is ingezet door de Renaissance2, daarna verdiept en versterkt is door de Reformatie2 en tenslotte door de Verlichting geradicaliseerd is, heeft heel veel goeds gebracht. Niet alleen in politiek en maatschappelijk opzicht, maar ook in familie- en gezinsverband zijn wij veel meer dan vroeger een mondig volk geworden. Dat wil zeggen: iedereen mag zijn mond open doen en zeggen wat hij of zij ervan denkt. Maar intussen zijn we wel - en dat is de negatieve kant van deze ontwikkeling tot mondigheid - onze gemeenschappelijke koers kwijt geraakt. Onze saamhorigheid is zoek.
1 Er is verschil tussen breuklijnen en scheidslijnen. De mensheid is niet geschapen als een éénvormige massa, niet als één grote brei van gelijksoortige wezens, maar als een veelheid van diverse soorten, groepen, volken en individuen. Er loopt door de mensheid een oneindig aantal scheidslijnen. Het kenmerkende van Israëls God is juist dat Hij scheiding maakt. Hij schept door te scheiden: Hij scheidt hemel en aarde, water en land (Gen.1:6-11). Hij maakt scheiding tussen de mens en de overige schepselen (Gen.1:27), en ín de mens tussen mannelijk en vrouwelijk (Gen.1:27). Hij scheidt de mensheid in zeventig Noachitische volken (Gen.10:32;11:9) en tenslotte scheidt Hij Israël af van deze zeventig (Gen.12:1,2) en zet het apart als een koninklijk (leidinggevend) en priesterlijk (vierend en lerend) volk (Ex.19:6) . Deze scheidslijnen zijn geen breuklijnen, maar ze kunnen wel - als de band met onze Schepper, de Ene de Unieke, verbroken wordt - tot breuklijnen worden. Als we uit de Eén vallen, vallen we uitéén, valt de eenheid tussen Israël en de volken uitéén, vallen de volken zelf uitéén, vallen we ook innerlijk uitéén.
2 De Renaissance (letterlijk: wedergeboorte) is een terugkeer beweging die ontstond na de afbrokkeling van de Middeleeuwse, door de Kerk gedomineerde cultuur. Men wilde terugkeren naar de oorsprong van de unieke Europese beschaving. Een beschaving die wortelt in drie, rond de Middellandse Zee gelegen, wereld steden: Jeruzalem, Athene en Rome. Ook in deze volgorde, want Athene, de Griekse beschaving, die vooral gericht is op de redelijke en kunstzinnige kracht van de individuele mens – de Grieken legden de grondslag voor de Europese filosofie, literatuur, muziek, architectuur en beeldende kunst - wortelt in het Midden Oosten. In één van de oudste teksten uit de Hebreeuwse Bijbel (Genesis 9:27) staat dat Jafeth, die gezien wordt als stamvader van de Joniers (Grieken), ‘moge wonen in de tenten van Sem’, de stamvader van de Semieten. Veelzeggend in dit verband is ook de bekende legende over de ‘ontvoering van Europa’. De legende vertelt dat een Semitische prinses, Europa genaamd - ze leefde in de Foenicische kuststreek met de handelssteden Tyrus en Sidon direct ten noorden van Israël - door de Griekse god Zeus ontvoerd is naar Kreta waar de bronnen liggen van de Griekse beschaving. Wellicht doelt de legende in het algemeen op het handels- en cultuurverkeer tussen Foenicië en Griekenland. Maar misschien mag men hierbij ook denken aan de Bijbelse gegevens over de zwerfstam Dan die in ditzelfde gebied woonde, in de buurt van de havenstad Sidon. Het is zeer aannemelijk op grond van Richteren 5: 17 – de profetes Debora verwijt hier de stam Dan dat men zich onttrekt aan de strijd door in Sidon scheep te willen gaan - dat een aantal families van deze zwerfstam op Foenicische schepen verder uitgezwermd zijn o.a. naar Jonië. Merkwaardig is dat Homerus de Grieken ‘Danaioi’ (Danaërs)’ noemt. Hoe dan ook, Athene, de Griekse cultuur is ondenkbaar zonder de Semitische, zonder Jeruzalem (zie ook het studieboek ‘Lechaijim’, pag. 141,142, dat nog verkrijgbaar is bij Studiehuis Reshiet, in readervorm, info@studiehuisreshiet.nl).
Ook de Romeinse beschaving die vooral gericht is op gezag en ordening (politiek en juridisch) is cultureel gezien geen originele grootheid. Zij wortelt enerzijds in het Semitische Oosten (volgens de Hebreeuwse traditie is er genetisch verband tussen Edom/Ezau en de Romeinen), maar anderzijds in Athene: Rome heeft weliswaar met enige tegenzin, maar uiteindelijk om praktische redenen de Grieksecultuurin zich opgenomen. De typisch Romeins- Stoïcijnse levensbeschouwing van schrijvers als Seneca en Cicero komt van Griekse bodem. Overigens ook niet geheel Grieks origineel, want de grondlegger van de Stoa, Zeno, was Semitisich, afkomstig uit Cyprus en zijn vader heette Mnaseas, waarin duidelijk doorklinkt de naam van de Israëlitische stam Manasse (zie ook Lechaijim t.a.p).
Helaas was de Renaissance geen terugkeer beweging naar alle drie Europese bronnen: men beperkte zich vooral tot de Grieks-Romeinse roots. Alleen enkele geleerden als Reuchlin (1455-1522 ) zijn bij het ontdekken en blootleggen van de Europese bronnen doorgestoten tot aan Jeruzalem, tot aan de Europese OerBron: de Hebreeuwse Bijbel. De Bron, waaraan later ook de Reformatie is ontsprongen.
De Verlichting heeft ons iets afgeleerd
Dit gemis aan gemeenschappelijke koers is vooral te danken, te wijten aan de Verlichting die ons geleerd heeft te koersen op eigen inzicht en eigen gevoelens, op onze logica en onze intuïtie1. Anders gezegd: die ons afgeleerd heeft om te horen naar wat van de Overkant naar ons toegekomen is en gedocumenteerd is in de Heilige Schriften2 en die ons geleerd heeft om te horen naar wat ons eigen hart (het vergoddelijkte ‘innerlijke licht’) ons ingeeft en ons eigen verstand (de verzelfstandigde, vergoddelijkte rede) ons voorschrijft. Vooral sinds de ‘Revolutionaire Jaren Zestig’ is deze visie met enorme kracht opgedrongen via het moderne onderwijs en de moderne media. Het is een geestelijke dictatuur geworden waaraan bijna niemand zich kan onttrekken: we worden allen gehersenspoeld, we moeten allen als mondige individuen leren om blind te varen op onze eigen gevoelens en onze eigen logische overwegingen of berekeningen.
Het gevolg hiervan is een ontstellende verbrokkeling in alle samenlevingsverbanden, een oneindig aantal breuklijnen langs de originele scheppingslijnen3: tussen volken, tussen families, tussen ouders en kinderen, tussen man en vrouw. Ieder vaart zijn of haar eigen koers, of bij gebrek aan mondigheid de koers van vrienden, vriendinnen of clubgenoten. Er is geen gemeenschappelijke gerichtheid meer die via onderwijs en media wordt uitgedragen. Er is geen saamhorigheid meer, geen gemeenschappelijk horen naar de Stem van de Overkant, geen saamhorigheid rond het Woord van de Ene, de Unieke Die ons allen overstijgt, Die ook al onze religieuze projecties en filosofische ficties ver te Boven gaat. Met als gevolg dat we uit de Eén gevallen zijn = uitéén gevallen in onderling tegenstrijdige individuen, partijen, groepen en volken.
Of nog erger, ook innerlijk uitéén gevallen zijn, innerlijk verdeeld geraakt zijn, met een verdeeld hart, met tegenstrijdige krachten in ons die ons van binnenuit slopen: ons verstand en ons gevoel, het mannelijke en vrouwelijke in ons zijn niet meer heel, botsen tegen elkaar, omdat ze niet neer gevoed worden vanuit Eén en Dezelfde Bron.
1 Kenmerkend voor de latere ‘verlichte’ denkers is – en daarin onderscheidden zij zich van de geleerden uit de tijd van de Renaissance - dat voor hen de Bijbel geen onbetwist uitgangspunt meer is: zij starten in hun denken bij zich zelf, bij wat zij zelf logisch onbetwistbaar (‘evident’) vinden of wat zij zintuiglijk (‘empirisch’) onmiskenbaar achten.
2 De Bijbel is door ‘verlichte geleerden’ niet alleen genegeerd als kennisbron, als licht op ons pad, maar is ook grondig afgemaakt, afgekraakt en neergezet als een puur menselijk boekwerk. En dan ook nog van de slechtste soort: een lappendeken, een samenraapsel van onderling tegenstrijdige teksten. Eerst werd de Bijbel dood verklaard en daarna is ongeveer een eeuwlang met behulp van de goddelijke rede ‘sectie gepleegd’ op de Heilige Schrift en is deze volledig ‘uitgebeend’. Het wonder is dat de Bijbel deze respectloze behandeling heeft overleefd en zelfs sterker dan ooit tevoren uit deze mishandeling te voorschijn is gekomen. Dat is mede te danken aan de herontdekking van de Hebreeuwse Bijbel, in saamhorigheid met het Joodse volk dat als een wonder twintig eeuwen van mishandeling heeft overleefd en daarmee een schat aan gelouterde kennis van Mozes, de Profeten en de Psalmen heet bewaard.
3 Zie de eerdere notitie over scheidslijnen en breuklijnen. Diepgaander dan de scheidslijn en dus ook dan de mogelijke breuklijn tussen de volken of tussen de generaties is de scheidslijn tussen het mannelijke en het vrouwelijke in de schepping. Waarom? Omdat deze scheiding teruggaat tot in God Zelf. Zoals staat in Gen.1 vers 27. ‘Hij schiep de mens naar Zijn beeld: mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen’. Meestal wordt deze zin in twee stukken geknipt door een punt komma, maar de zin is één geheel: het beeld Gods = de wijze waarop God verschijnt, waarop Hij zich aan ons vertoont, is zowel mannelijk als vrouwelijk, is Woord ( = mannelijk, richtinggevend, ordenend, rechtlijnig, rechtvaardig) en is Geest (= vrouwelijk, creatief, verrassend, barmhartig). In de Hebreeuwse taal is het woord ruach (geest) vrouwelijk en dábhár (woord) is mannelijk.
De eenheid van Woord en Geest weerspiegelt zich in de eenheid van man en vrouw in de huwelijkstrouw; weerspiegelt zich ook in de eenheid tussen het Messiaanse Godsvolk Israël en de Messiaanse gemeenten (ekklesia’s), als voortrekkers van de ‘zeventig’ volken.
Voor onze op de klippen gelopen en lekgeslagen Westerse samenleving zijn er twee wanhoopsopties: dictatuur en dialoog. Met een wereldwijde dictatuur, met strikte maatregelen die met dictatoriaal gezag en strenge sancties van boven af worden opgelegd, zou men nog wel tot op zekere hoogte de milieuproblematiek kunnen bedwingen. Maar het is een illusie te denken dat een dictatoriaal wereldregiem met Romeins-fascistische middelen orde zou kunnen scheppen (schoppen desnoods ) in de chaos van een onderling verdeelde wereldsamenleving waar ieder zijn eigen god is en iedere groep of volk zijn eigen belangen voorop stelt.
Het is ook een wanhoopsoptie om langs een meer zachte, democratische weg de ‘Grote Oecumene’ te organiseren: een wereldwijde gemeenschap die met Grieks Olympische fanfare de gelijkheid en de eenheid van alle mensen uitroept en oproept tot tolerantie en dialoog. Een dialoog die moet leiden tot een gemeenschappelijke koers op basis van een levensbeschouwing die alle mensen en alle volken verbindt.Een soort filosofische wereldreligie die levend gehouden moet worden door middel van gemeenschappelijke rituelen, waaraan iedereen verplicht wordt mee te doen, een nieuw soort ‘keizercultus’. Een dergelijke eigen gefabriceerde eenheidsreligie, die via sociale censuur en sancties moet worden gehandhaafd, betekent het einde van de Verlichtingsdroom: het einde van de vrije meningsuiting en de definitieve dood van de hoog geroemde mondigheid.
* Zie ook ‘Lechaijim’, pag.151, noot 44, over de moderne droom van een ‘multiculturele takkenbos’. Geen multiculturisme, maar radicalisme: we moeten terug naar de radix, naar de wortel. Het schreiende gebrek aan eenheid, aan heelheid, aan shalom kan niet worden opgeven via een dialoog, maar alleen via een trialoog = ingezamenlijk gesprek met een Derde Partner: onze Schepper en Bevrijder, de Altijd Aanwezige, Die ook aan de gesprekstafel met ons wil zijn, tussen ons in. Of beter nog: geen trialoog, maar een quartaloog, want de Onmisbare Derde is met ons in twee gestalten: als Woord en Geest. Hij is met ons wanneer we samen met onze gesprekspartners de Heilige Schrift openen en saamhorig zijn, en Hij is met ons als we ons hart openen voor de Heilige Geest Die ons van binnen uit beïnvloedt, ons verstand en gevoel heiligt, met de Heilige verbindt, met de Ene Die als Enige ons kan ver-één-igen.
** Het 19e eeuwse Europese nationalisme, dat geleid heeft tot de Eerste Wereldoorlog en in samenhang met het socialisme (nationaal socialistische ideologie) tot de Tweede Wereldoorlog, was in feite ook een wanhoopsoptie om zo de interne verbrokkeling binnen de natie op te heffen.
We kunnen niet vooruit, we kunnen niet net doen alsof het om incidenten gaat - net als in de vorige eeuw met de beide wereldoorlogen - en gewoon proberen verder te varen tussen de klippen door, naar wie weet waar. Maar we kunnen ook niet de weg terug. We kunnen hier in Nederland bijvoorbeeld, om de verbrokkeling op te heffen en de eenheid in de samenleving te herstellen, niet terug naar de 17e eeuw. Naar die Gouden Eeuw toen er een grote mate van saamhorigheid was, toen de Nederlandse Kerk overwegend een volkskerk was en iedereen zijn kinderen liet dopen, toen de vergaderingen van de overheid met gebed werden geopend en de volksvertegenwoordiging (de Staten Generaal) opdracht gaf tot het vertalen van de Bijbel (de Statenbijbel) die in de meeste gezinnen dagelijks aan de huistafel werd voorgelezen. De bekende theoloog dr. O.Noordmans noteert met een zekere nostalgische weemoed: ‘nooit in de historie was de huiselijke sfeer zozeer verinnigd en geheiligd en (werd) het Woord van God zo priesterlijk door den huisvader bediend, nooit hebben de psalmen zo sacraal binnen de muren geklonken en hun echo’s gehad in de diepste schuilhoeken van ieders hart, als juist toen (Liturgie, pag. 121). Terugverlangen kan, maar teruggáán kan niet.
We kunnen ook niet als volkeren van Europa terug naar de Middeleeuwen, toen de lofzang en de eucharistie in kerken, kapellen en kathedralen betekenis gaf aan het leven en samenleven in heel Europa: hele families, met onderling grote standsverschillenen, diverse bevolkingsgroepen en maatschappelijke kringen lieten zich bundelen onder de koepel van de Moederkerk. Wat een geen tijd was dat!?1
1 De nostalgie vergaat ons als we herinnerd worden aan de 17e eeuwse slavenhandel die door kerkelijk Nederland met nauwelijks enige tegenspraak werd aanvaard. En wat Europa betreft, we schamen ons diep als we terugdenken aan de zonden, aan de grote zonden van de Europees kerkelijk gedomineerde cultuur: de afwijzing, de vervolging en vaak gruwelijke verdrukking van het Joodse volk. De kerkelijke Middeleeuwse leiders waren overwegend antisemitisch en dat geldt ook nog uitdrukkelijk voor een Protestantse leider als Luther. Van hem zijn een aantal schrikbarende gezegdes bekend die mede de grondslag legden voor de Shoah, de historisch ongekende genocide op het Joodse volk.
We kunnen niet de weg terug1 maar we kunnen, aldus een Joods gezegde, wel terug naar de Weg. Naar de Weg die aan Israël bij de Sinai is uitgestippeld en die volgens Israëls profeten ook perspectief biedt voor een hopeloos verbrokkelde en verwarde volkerenwereld.
Het is met name de profeet Jeremia die ontnuchterende taal spreekt over Babel, de stad die het prototype is van onze moderne, oververstedelijkte eigenzinnige en verbrokkelde samenleving2. In een eerder stadium had Jeremia, in een brief aan zijn landgenoten die weggevoerd waren naar Babel, nog gezegd: ‘Bouwt huizen en woont daarin, legt tuinen aan en eet van de vrucht er van … en bidt voor Babel tot de HERE,want in haar vrede zal uw vrede gelegen zijn’(Jer.29:5,7). Aanvankelijk was er hoop op shalom, op vrede en welvaart voor het ‘multiculturele’ Babel door de aanwezigheid van het Godsvolk in hun midden. Om diezelfde reden was er ook hoop voor het oude Rome n voor ons hier in het moderne Babel. Maar door de miskenning van de zegen van Israël in hun midden, viel Babel uit de Eén en uitéén en was er op den duur geen redden meer aan. Daarom roept Jeremia zijn volksgenoten dringend op om zo gauw mogelijk weg te gaan uit deze verziekte samenleving, die niet meer te genezen is, niet meer op dezelfde basis is te repareren: ‘Vlucht uit Babel, laat ieder zijn leven redden; kom niet om in zijn ongerechtigheid…. wij hebben getracht Babel te genezen, maar het is niet te genezen… komt, laten wij naar Tsion gaan! (Jer. 51:6-10). Het oude Babel was onherstelbaar ziek, niet te genezen3. Dat geldt ook voor het moderne Babel: het schitterende schip van onze moderne samenleving is niet meer te repareren. Althans niet op dezelfde basis en niet hier tussen de klippen. Het moet weggesleept, het moet in het ‘dok’, het moet radicaal worden vernieuwd. Er moet een hele nieuwe bodem onder, het moet op een radicaal andere grondslag worden opgebouwd.
1 Het is een sociologische wetmatigheid, dat een cultuur die van haar wortels is losgeraakt, niet meer op dezelfde wortels terug te enten is. De sociaal psycholoog G.C. Homans formuleert dit verschijnsel aldus: ‘If men has not found a society satisfying, they will not find its belief satisfying eighter (The human group’, pag. 457,458’; zie ook Lechaijim, pag. 12).
2 Babel was meer dan een stad. Babel was niet alleen een multiculturele stad met talloze ballingen - hele families uit diverse landen hadden daar een ‘onvrijwillig asiel gekregen’ –maar het was vooral ook een begrip. Net als het latere Rome vertegenwoordigde Babel een cultuur, een levensstijl waardoor heel de toenmalige wereld geboeid was. Jeremia zegt: ‘Babel was in de hand des HEREN een gouden beker; van zijn wijn dronken alle volken, daardoor werden zij verdwaasd’ (Jer.51:7) De schittering van de babylonische stadscultuur met zijn typische eigen individuele vrijheden had een betoverende invloed op alle volken en op iedereen. Net als later de Romeins-Griekse cultuur en net als vandaag de moderne neo-babylonische, verlichte oververstedelijkte Westerse cultuur. De volken van Azië en Afrika zijn jaloers op ons hier in het welvarende Westen en willen net zo dwaas doen als wij. Daarom vluchten zij massaal weg: weg uit hun in wezen zo rijke landen, rijk aan vruchtbare aarde en schatrijk aan grondstoffen, weg naar het in wezen arme Babylonische Westen. Want Europa is niet alleen arm aan delfstoffen, maar heeft ook een verarmde aardbodem, verarmd door verdwaasde bemesting- en productiemethodes. De onstuitbare stroom van verdwaasde gelukszoekers die een ‘braindrain’ betekent voor de achtergebleven volksgenoten, betekent ook een versnelling van de ‘Untergang des Abendlandes’. Net als destijds het oude Rome mede ten onder ging door de massale toestroom van verdwaasde ‘asielzoekers’.
3 Er is verschil tussen Babel en Egypte. Babel betekent letterlijk ‘verwarring’: in deze stad heeft ieder zijn eigen taal en volgt ieder zijn eigen logica of gevoelens. Egypte - in het Hebreeuws Mitsraim, waarin het woord tsar: verdrukking - staat voor ‘benauwende dictatuur’. Een dictatuur met een dubbel gezicht: enerzijds is het leven er betrekkelijk welvarend, vleespotten van Egypte, en anderzijds is er de benauwende druk van bovenaf, de loonslavernij, het opgezweept worden tot steeds hogere productie om de welvaart gaand te houden. Mochten de Joodse ballingen in Babel een redelijk vredig en individueel vrij leven leiden, in Egypte zuchten ze massaal onder hetzelfde slavenjuk.
Als het niet ter plaatse kan, waar moet dan het zinkende schip van onze moderne samenleving naar toe gesleept? Waar is het dok, de reparatieplek voor het leggen van een nieuwe bodem? Jeremia roept zijn volksgenoten op om terug te gaan naar Tsion (Jer. 51:10). Als we terug willen naar de Weg, die Israëls God gewezen heeft voor vrede en welvaart voor alle volken, dan moeten we mét het volk van Jeremia mee terug naar Tsion. Want uit Tsion zal de Torah uitgaan en des HEREN Woord uit Jeruzalem. Zo hadden al lang te voren de profeten Micha en Jesaja het voorzien. Tsion is het dok1, Tsion is de plek waar niet alleen Israël, maar alle volken grondig herstel kunnen vinden. Micha en Jesaja zagen het voor zich: ‘volken zullen toestromen en vele natiën zullen zeggen: komt, laten wij opgaan naar de Berg des HEREN, naar het Huis van Israëls God, opdat Hij ons lere aangaande Zijn wegen en wij Zijn paden bewandelen, want Hij zal richten over vele volkeren en rechtspreken over machtige natiën….. en zij zullen de oorlog niet meer leren’, maar hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot tuingereed schap ( Mi.4:1-4; Je. 2:1-4).
Later zag de profeet Zacharia tien manen uit de volken de slip grijpen van een Joodse man: ‘wij gaan met u mee!’ (Zach.8:23).
1 Tsion is volgens de Hebreeuwse traditie niet alleen de ‘Ebhe Shetijah, de Funderingssteen, de Rotspunt die als eerste bij de schepping van de aarde boven de oervloed uitstak en waaromheen de Hof van Eden is aangelegd en uit aarde waarvan de mens is gevormd (zie Studietafel Zajin), maar Tsion geldt ook als de Rotspunt waarop de Ark van Noach is geland en waarop Noach zijn dankoffer bracht. Het is de Berg waar alle 70 volken die begrepen zijn in de drie zonen van Noach, Sem, Cham en Japhet, een nieuwe start mochten maken. Het is de Berg waarvan de Psalmist zingt dat in deze Rots de roots liggen van alle volken: ‘De HERE telt bij het opschrijven der volken: deze en die is daar geboren (Ps. 87:6, zie beneden en ook Studietafel Zajin). De naam Har Ararat (Gen.8:4) zou een verbastering kunnen zijn van har ha’arets: ‘Berg van het land’= de Berg Tsion die bepalend is voor heel ha’arets = voor heel het land Israël en vandaar voor heel de aarde.
Behalve Israëls profeten hebben ook Israëls poëten uitdrukkelijk naar Tsion verwezen als de reparatieplek, als het ‘dok’ voor het zinkende schip van de volkerenwereld. Volgens de dichter van Psalm 87 is Tsion die unieke plek op aarde waar de bronnen van alle levens liggen, van ieder mens en van ieder volk: ‘in U zijn al mijn bronnen (Ps.87:7). Hier in Tsion is alle leven begonnen, hier liggen de wortels van ieder volk, zelfs van het verworden, uit de Eén gevallen Babel en van het dictatoriale Egypte (Rahab). Ja, alle volken hebben hun ‘roots’ in Tsion en kunnen ook dáár genezen.
Hoe genezen? Niet alleen door saamhorig te worden, door samen met Israël te horen naar Gods Weg voor vrede en welvaart maar ook door een ‘samenloving’ te worden: door samen Israëls God te loven, Hem als Schepper en Bevrijder te erkennen en Hem daarvoor te danken met lofzegging en lofzang. De dichter van Psalm 67 ziet het voor zich: ‘Dat alle volken U loven, o God, dat de volken tezamen U loven’ (Ps. 67:4,6) Deze lofzang geeft niet alleen een unieke beleving van gemeenschap, van ‘tezamen’ zijn, maar het haalt ook God, de Schepper en Zegenaar, naar ons toe, want Hij troont op de lofzangen van Zijn volk (Ps.22: 4). Volgens de Psalmist is die zegenende Aanwezigheid de bron van alle welvaart: ‘de aarde geeft haar gewas, God onze God zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem vrezen (Ps 67:7,8).
Dit poëtisch vergezicht is in lijn met het eerder genoemde profetische visioen van Micha. Micha voorzag hoe tenslotte alle volken niet alleen optrekken naar Tsion om te horen naar de Richtlijnen van Israëls God om in vrede te leven, maar ook hoe zij in alle rust mogen genieten van Gods goede aarde, van de rijkdommen uit Zijn Schepping: ‘een ieder zittend onder zijn wijnstok en vijgenboom’ (Micha 4:4).
In het vergezicht van Israëls profeten en poëten is de gebrokenheid, de verbrokkeling tussen mensen en volken en tussen God en de mens opgeheven. Alles is ‘heel’, tot in de kern: ook de mens zelf, de innerlijk verdeelde mens is heel. Het Bijbelse woord voor ‘heelheid’, (wat wij meestal vertalen met vrede) is shalom. Het hangt samen met shálam: heel zijn, onaangetast zijn, en ook vol ofvoltooid zijn. Er is shalom op aarde tussen mensen en volken, tussen God en de mens. Alles is heel, of beter: ge-heeld is. Want er is ook een nauw verband tussen shálem en shillém: schade herstellen, schulden vereffenen of kwijtschelden. Er kan pas shalom zijn tussen mij en de ander, tussen het ene volk en het ander, tussen God en Zijn volk en tussen Hem en de volkerenwereld als de schade hersteld is, als er schadevergoeding betaald is of als de schulden zijn kwijtgescholden, zijn weggedragen, vergeven zijn.
Eén van de meest typerende Hebreeuwse woorden voor vergeven is nasa’: dragen, wegdragen. Dit woord raakt ook de kern van de Bijbelse Boodschap: Israëls God is een God die vergeeft, Die de zonden van Zijn volk op Zich neemt en wegdraagt, zoals gesymboliseerd in het offerritueel op Jom Kipur, waarbij een offerlam de zonden van heel Zijn volk wegdraagt, Lev.16:21). En niet alleen de zonden van Zijn volk, maar van de hele wereld: ‘Zie het Lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt’ (Joh. 1:29)1.
Shalom op aarde, het opheffen van de breuklijnen tussen mensen en volken, betekent niet dat daarmee ook alle scheidslijnen worden opgeheven en dat alle mensen en alle volken gelijkgeschakeld worden. Integendeel, de originele scheidslijnen, worden juist des te meer op scherp gezet, zoals de scheidslijn tussen mannelijk en vrouwelijk, tussen de oudsten (presbijters) en de jongeren, tussen Israël en de volken. Niet de gelijkheid, maar de ongelijktijdigheid is een principiële basisstructuur voor vrede op aarde.
1 Zie ook Studietafel Zajin over de grootste Grote Verzoendag aller tijden.
Als het schip van de volkerenwereld zich laat wegslepen om in Tsion in dok te gaan, om shalom te vinden, heelheid, om alle gebroken relaties te herstellen, wat moet er dan gebeuren? Er zijn vier noodzakelijke dokwerkzaamheden. Bij elk een paar opmerkingen.
1. Verootmoediging (`ánah nephesh). De eerste stap tot shalom is het ootmoedig erkennen van de misstappen tegenover elkaar, tegenover God en Zijn volk, tegenover onszelf. Het Hebreeuwse woord voor ‘ootmoedig zijn’ en ‘zich verootmoedigen’ is `ánáh nephesh1, Het betekent letterlijk: je ziel beantwoorden, je ziel pijnigende vragen stellen. Dat is meer dan zich lichamelijk pijnigen door te vasten. Het is zich pijnigen met de vraag: ‘wie ben ik in relatie tot God en mijn naaste?’ Het is eerlijk ons wangedrag erkennen en om vergeving vragen, aan Hem en aan elkaar. Zie ook Studietafel Zajin over ootmoedig wandelen met God.
2. Respect voor Israëls God (jirat Ha Shem) in viervoud
a. Respect voor Zijn Onderwijzing (Torah) met als kernrichtlijn: ‘Gij zult liefhebben de HERE uw God met heel Uw hart en met heel Uw vermogen, en Uw naaste als U zelf (Deut.6:4, Lev.19:17; Mark. 12:29-31). Een richtlijn die ook geldt voor de samenleving en die uitdrukking vindt in twee liefdevolle richtlijnen:voor de ordening van de tijd (dagelijkse getijden, wekelijkse Shabbat, jaarlijkse hoogtijdagen van Pesach, Shawuoth en Sukoth) en voor het ordenen van het aardse bezit (geven van tienden en eerstelingen, periodieke kwijtschelding van schulden en de herverdeling van aardse goederen. Zie ook Studietafel Aleph en de Woordstudie over ‘áhabh: liefhebben; opmerkelijk is dat het liefdesgebod in de voltooide tijd staat: gij hébt lief gehad!
b. Respect voor Zijn scheppend handelen, voor de aarde als Zijn aarde en voor het lichaam (van ons zelf en van onze medemens)als Zijn bezit. De aarde met al wat leeft, is het eerst geschapen, is de ‘presbyter’, de mens is ‘bijkomstig’, is aangesteld als Gods personeel om Zijn schepping te beheren (Gen.2:15). Zie ook Studietafel Hé’: ‘In het spoor van Israël terug naar de aarde’.
c. Respect voor Zijn Bevrijdend en Heiligend handelen: geen mens kan zichzelf bevrijden uit de greep van negatieve, boosaardige machten die ons overstijgen en die in ons gestalte krijgen in boze driften en kwaadaardigheden. En ook geen mens kan zich zelf vernieuwen; wel beschaven van buiten af, maar niet innerlijk vernieuwen. Respect voor Israëls God betekent: zich door Hem láten bevrijden en zich láten heiligen door Zijn Heilige Geest. Zie Studietafel Beth over het unieke handelen van de God der Hebreeën, en Studietafel Gimel over mens zijn in het spoor van Israëls God: een geesteskind van God te zijn.
d. Respect voor Zijn Verkiezend Handelen. Niet alleen voor Israël als ‘oudste’ der volken (zakén, presbyter), maar ook respect voor de gezinsoudsten en de familieoudsten en voor de oudste zonen (bêkhorim). Alle mensen zijn gelijk, maar niet gelijktijdig: er zijn ‘eerderen’, ouderen. Dat Israël en ook onze ouders eerder dan wij een plek kregen in Gods geschiedenis, is geen toeval, maar is een bewust verkiezend handelen van Israëls Gods. De eerbied (kabhod, respect) voor de ouders en ouderen is fundamenteel voor de opbouw van een vreedzame samenleving. Zie ook het ‘Mission Statement’ over de ‘presbyteriale democratie’die gekenmerkt is door rechtstreekse saamhorigheid aan het Woord van Israëls God, zonder een aparte klasse van priesters of schriftgeleerden daar tussen in, en door rechtstreekse bestuursbevoegdheid: de raad der oudsten (het ‘presbyterium’ of de ‘senaat’) draagt de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de samenleving, ook voor de ‘samenloving’, voor volksliturgie. De presbyteriale democratie is de puurste vorm van volksregering bij de gratie Gods, waarbij niet de geestelijken (priesters, predikanten, rabbijnen, imams) of de deskundigen (politici, economen, technici, zangers en musici) de dienst uit maken, maar rechtstreeks ten dienste staan van het volk, dat rechtstreeks of indirect vertegenwoordigd is door zijn oudsten en oudste zonen.In de presbyteriale democratie zijn alle families per definitie betrokken bij de politiek. De presbyters zijn de originele door God Zelf gekozen ambtsdragers of ‘ambtenaren’, die (afgezien van de jongere bêkhorim) kosteloos als vrijwilligers kunnen worden ingezet. De presbyteriale orde geldt ook voor de internationale democratie: Israël als oudste der volken heeft in de vereniging der naties een leidinggevende, koninklijke en priesterlijke (= lerende en liturgische) taak.
3. Viering (Simchah, Vreugde). De derde noodzakelijke reparatie werkzaamheid in het dok (m.b.t. onze moderne samenleving) is het herstel van de gemeenschappelijke vieringen en daarmee het herstel van de ware simchah, de echte vreugde. Niet de opgeklopte feestvreugde die ons even alle narigheden en verdrietelijkheden doet vergeten, doet verdringen. Maar de ware simchah die wortelt in het Bevrijdend handelen van Israëls God. Zie Studietafel Daleth: ‘Een samenloving in het spoor van Israël’.
4. Lering (Huistafel Basis school, discipelschap). De vierde noodzakelijke werkzaamheid, is de toerusting (te starten in Tsion) van ouders en oudsten om hun kinderen en volksgenoten voor te gaan in het horen naar het Woord van Israël Gods en in het zich open stellen voor Zijn Geest. In een volk dat weer op koers ligt, bevrijd en geheiligd is in Tsion, is elk huisgezin niet alleen een vierhuis rond de huistafel, maar ook een leerhuis, rond de huistafel. En die twee onafscheidelijk tezamen, want leren en vieren gaat samen op: de huistafelschool ondersteunt de huisliturgie en omgekeerd. Zie het ‘Mission Statement’ over de ‘Huistafel Basis School’ of de nieuwe ‘HBS’.
1 Nephesh is zowel lichamelijk als geestelijk.
Israël is niet alleen bestemd om model te zijn voor een vreugdevolle, vierende samenleving (‘samenloving’), maar is als presbyter der volken ook een unieke bindende factor in de volkerenwereld. Zoals een naaf midden in het wiel de vele spaken samenvoegt in een hecht verband, kan alleen Israël de volkerenwereld verenigen.
Israël is het bijzondere volk, dat door zijn eeuwenlange verstrooiing onder de volken, een aanhechtingspunt heeft voor ieder volk. Elk volk kan zich in Israël hechten aan volksgenoten: het Nederlandse volk aan Nederlandse Joden, het Franse volk aan Franse Joden enz. Er is geen hechter vereniging der naties denkbaar dan met Israël als de naaf!
Maar is het niet veel te hoog gegrepen, een vorm van vrome dromerij om Israël zo centraal te stellen: als model en verbindingspunt voor alle volken? Wat zien wij daar in de praktijk van? Wat die verbindingsfunctie betreft, Israël ís in feite al een verbindingsschakel tussen de volken, een naaf in het wiel. Zoals al eerder gezegd, Israël is het unieke, het enige volk ter wereld waarmee nagenoeg alle volken genetisch en cultureel vergroeid zijn: er zijn Nederlandse Joden, Spaanse, Franse, Russische, Irakese, Iraanse, Afghaanse, Australische, Afrikaanse, Braziliaanse, Amerikaanse, Canadese en nog vele, vele andere Joden meer. In Israël kan men alle talen van de wereld horen spreken1. Het land heeft aanhechtingspunten voor alle volken. Israël is al een naaf!
En Israël vervult ook al een belangrijke voortrekkersrol voor andere volken. Aanvankelijk was dat de meer sociaal-economische rol via het unieke kibboetssysteem, waar duizenden jongeren uit alle delen van de wereld op afgekomen zijn. De laatste decennia - sinds het politieke bewind een meer rechts - liberale kleur kreeg en er, gesteund door een hoog wetenschappelijk en technisch niveau, een enorme economische bedrijvigheid ontstaan, vooral in de hightech sector - is Israël een aantrekkelijke partner geworden voor vele volken. Niet zoals in de kibboetstijd voor individuele personen, maar voor bedrijven en organisaties en soms ook voor regeringsinstanties die bedacht zijn op de economische ontwikkeling in eigen land.
Met het oog daarop hebben tal van ontwikkelingslanden en voormalige communistische landen speciale vertegenwoordigingen in Israël. Ook Europa dat zich lange tijd wat afzijdig hield, ziet het economische belang van Israël in en wil niet achter blijven. Het ‘Ami Nieuws’ van het Jeruzalem Bijbelcentrum schreef: ‘Als door een magneet worden zij (= de volken) aangetrokken, zonder precies te weten waarom’ (Juli/Augustusnummer 2008, pag.4).
Maar is dit alles? Israël is voortrekker op tal van terreinen, ook op het terrein van de Bijbelse levensstijl. Met name wat betreft de ordening van de tijd. Wij laten de indeling van de rustdagen en de feesttijden nog steeds bepalen door de Romeinse, heidense kalender, met als hoogtepunt het Midwinter-kerstfeest. Maar in Israël wordt de kalender, ook in de seculiere samenleving, bepaald door de Torah.
Maar behalve een vierend volk is Israël ook een lerend volk. Israël is voortrekker op het terrein van Bijbelonderwijs en Bijbelstudie. Op alle scholen, ook op de openbare, is Bijbelonderwijs een verplicht vak; het is op alle middelbare scholen zelfs een examenvak waar men bij een onvoldoende op zakken kan. Er is geen volk ter wereld dat zozeer gestempeld is en zich nog steeds laat stempelen door viering en lering vanuit Torah, Psalmen en Profeten2.
1 Deze situatie was er al tijdens het Romeinse Rijk, zoals blijkt uit de beschrijving van het Pinkstergebeuren (Hand.2:8-11). Maar het Joodse volk is sindsdien nog veel meer verstrooid geraakt en vergroeid met diverse volken. Israël is het meest multiculturele land ter wereld.
2 Wat zien wij er van? Of wij al iets zien of niets zien in het huidige Israël wordt sterk bepaald door onze vooronderstellingen. Als wij er van uitgaan dat alles draait om de kerk, en dat het Joodse volk zich ten slotte zal moeten aansluiten bij de wereldwijde kerkgemeenschap, zien wij het huidige Israël met andere ogen dan wanneer wij er van uitgaan dat Israël het oudste Godsvolk is en gebleven is, en dat de kerk een latere bijkomstigheid is, bedoeld als Israëls voorpost onder de volken om de doorbraak van het Koninkrijk Gods aan te kondigen, waarvan Israël de Eersteling is.Het gaat hier om een Copernicaanse wending: draait het om óns of draaien wij om de Zon? Draait het om de kleine ekklesia's (de diverse Messiaanse gemeenten verspreid over de 'zeventig' volken) waarbij ook Israël zich moet aansluiten? Of draait het om dé Ekklesia (het Messiaanse Godsvolk Israël), dé Naaf waarin ons volk en alle volken zich mogen invoegen en waarbij de kleine ekklesia's de voortrekkers mogen zijn? Zie ook Studietafel Waw over de verkiezing van Israël en de Messiaanse gemeenten: ‘de Kerk van de 21e eeuw zal een gezantschap van Israël zijn of zij zal niet zijn’. Een kerkelijk oecumenische beweging die zich buiten Tsion om beweegt, keert zich tenslotte tegen Tsion en zal zich blindelings laten meebewegen, meeslepen in een wereldwijde anti-Israël oorlog, de Gog en Magog oorlog (Ezechiël 38).
Maar is dit alles, wat Israël betreft: een lerend en vierend volk, gestempeld door Torah, Psalmen en Profeten? Israël is een Messiaans Godsvolk in de knop, het is nog niet volledig ontplooid, nog niet tot zijn uiteindelijke bestemming gekomen. Of zoals men het zelf formuleert: de huidige toestand is slechts het ‘begin van het uitspruiten van onze verlossing’. Waar is dan nu nog het wachten op? Wanneer komt de voltooiing van Israëls positie als model en naaf der volken? Pas als de Messias komt? Pas wanneer Israëls God opnieuw verschijnt als Immanuël (‘God met ons’) en neerdaalt op de Berg Tsion die zoals de profeet Micha voorzag, verheven wordt boven de hoogste der bergen? Of komt Israël pas tot voltooiing wanneer, zoals ook Micha zag, de volken zeggen: ‘komt, laten wij opgaan naar Tsion? Moeten wij wachten tot Israëls God in beweging komt en afdaalt naar Tsion? Of wacht Hij op ons, tot wij als volkerenwereld in beweging komen en opgaan naar Tsion? Waarom gáán wij niet alvast, Nederland voorop, de Nederlandse kerken en gemeenten voorop? Waarom gaan we niet alvast vóór ons volk uit in een nieuwe oecumenische beweging ‘samen op weg’ naar Tsion?
De HERE zegene U uit Tsion
Hij zij U genadig
Hij tone U Zijn Gelaat
en Hij legge op U Zijn Shalom
(Psalm 134:3; Numeri 6: 26)
Hij zij U genadig
Hij tone U Zijn Gelaat
en Hij legge op U Zijn Shalom
(Psalm 134:3; Numeri 6: 26)


