1. r b d dábhar: spreken
Aansluitend op Studietafel Aleph
Twee werkwoorden typeren de Hebreeuwse Bijbel r m a ‘ámar (zeggen) en r b d dábhar (spreken). De Bijbel is een boek waarin gesproken wordt van mens tot mens, van de mens tot zijn God, maar vooral ook door God Zelf. De God van de Bijbel is een sprekende God en Hij is voor mensen aanspreekbaar. Het werkwoord ‘ámar doelt meestal op de handeling van het spreken (‘en God zeide’), dábhar op de inhoud ervan (‘er zij licht!’). Dábhar, en dan vooral in de versterkte vorm r Bedi díbér, betekent: een spreuk of een machtswoord uitspreken, een opdracht geven. In die zin komt het de eerst keer voor in Gen. 8:15, waar JHWH een bevrijdend machtswoord sprak tot Noach toen Hij de opdracht gaf: ‘Ga uit de ark!’ Daarna komt dábhar weer ter sprake in Gen.12:4, waar staat dat Abhraham op weg ging naar het Beloofde land op gezag van het machtswoord dat AdonaJ Altijd Aanwezig, tot hem gesproken had: Abhraham ging uit Charan weg zoals JHWH hem had opgedragen. (zie NBV vertaling)
Meer nog dan als werkwoord komt dábhár voor als zelfstandig naamwoord: woord, krachtige spreuk, bevrijdend gezegde. Bijvoorbeeld in Gen.15: 1, een merkwaardige tekst, waar letterlijk staat: na deze dêbharim (= woorden, dingen of gebeurtenissen1), geschiedde hadábhár, het bevrijdende Machtswoord van AdonaJ tot Abhra(ha)m in een visioen, en het zei, ‘Vrees niet Abhram!’ Ja, het Woord zei! Het Woord spreekt!
Later bij de Israëls profeten gebeurt hetzelfde: het Woord kwam tot Jeremia en zeide. (Jer.1:4). Het Woord van de God der Hebreeën is een ‘sprekend Ik’. Het Woord is Hij Zelf. God Zelf is Woord, Hij bestaat uit Woord, Hij is één en al Woord. Hij is letterlijk een Woordwezen, Die Machtswoorden spreekt, bevrijdende of ook scheppende Woorden: Hij sprak en het was er (Ps.33:6,9). Dit raakt de kern van de Bijbelse Boodschap: de God der Hebreeën was en is een Sprekend Woord. Ook de Woorden gesproken tot Mozes en de Profeten, Woorden die verstild zijn in de letters van de Heilige Schrift, spreken heden nog: wie oren heeft die hore! Shema` Jisraël!
Later bij de Israëls profeten gebeurt hetzelfde: het Woord kwam tot Jeremia en zeide. (Jer.1:4). Het Woord van de God der Hebreeën is een ‘sprekend Ik’. Het Woord is Hij Zelf. God Zelf is Woord, Hij bestaat uit Woord, Hij is één en al Woord. Hij is letterlijk een Woordwezen, Die Machtswoorden spreekt, bevrijdende of ook scheppende Woorden: Hij sprak en het was er (Ps.33:6,9). Dit raakt de kern van de Bijbelse Boodschap: de God der Hebreeën was en is een Sprekend Woord. Ook de Woorden gesproken tot Mozes en de Profeten, Woorden die verstild zijn in de letters van de Heilige Schrift, spreken heden nog: wie oren heeft die hore! Shema` Jisraël!
De letters van r b d dábhár, de Daleth, de Beth en de Resh kunnen de woordbetekenis nog verder verhelderen. Daleth betekent ‘deur’: een goed woord, een groet kan een deur openen, terwijl juist een onvriendelijk woord, een pesterig woord een deur kan dichtslaan. Het woord r b d debher dat dezelfde letters heeft als dábhár, maar met een andere beklinkering, betekent: pest. Beth betekent ‘huis’: woorden zijn woningen, Israëls God woont in woorden, de Heilige Schrift is Zijn woning onder ons2. Resh betekent ‘hoofd’, ‘voorganger’, ‘leider’. Woorden zijn leidinggevende, richtinggevende ‘wezens’, ten goede of ten kwade.
Een bijzonder woordafleiding van r b d dábhar is r y b d dêbhír (aanspreekplaats, allerheiligste, Ps.28:2; 1 Kon 6:16,19 e.a.). Althans zo geeft de Statenvertaling het weer, in de NBG en ook in de NBV wordt dit unieke woord - dábhár met Jod, de Jod van de NAAM! – meestal vervlakt tot het nietszeggende ‘achterzaal’ of ‘achterste zaal’, behalve. Behalve in Ps.28:2 waar het iets diepzinniger vertaald wordt met ‘binnenste heiligdom’ of ‘hart van het heiligdom’.
Maar het is veel meer: r y b d is letterlijk dé ontmoetingsplaats waar de God der Hebreeën zich laat aanspreken. Hij is niet alleen aanspreekbaar - Hij hoort ons als wij Hem aanroepen - maar Hij heeft ook een plek, waar Hij speciaal aanspreekbaar is: het binnenste heiligdom van Zijn Woning in Jeruzalem, vlak boven de Ark met het Gouden Verzoendeksel. Waar is nu die aanspreekplaats?
Maar het is veel meer: r y b d is letterlijk dé ontmoetingsplaats waar de God der Hebreeën zich laat aanspreken. Hij is niet alleen aanspreekbaar - Hij hoort ons als wij Hem aanroepen - maar Hij heeft ook een plek, waar Hij speciaal aanspreekbaar is: het binnenste heiligdom van Zijn Woning in Jeruzalem, vlak boven de Ark met het Gouden Verzoendeksel. Waar is nu die aanspreekplaats?
Onlosmakelijk verbonden met r b d (Woord) is x W r Ruach (Adem, Geest, Wind). Hoe is de relatie tussen die Twee? Wat de klinkers zijn in een geschreven woord is de Geest in het Levende Woord. Zonder klinkers is een woord klankloos, zijn het ‘dode’ letters zonder zeggingskracht: de adem brengt een woord tot klinken, op de adem komt de woordbetekenis pas echt naar ons toemaakt. Zo is ook het Woord Gods zonder zeggingskrach als de Geest Gods het niet doorademt. Alleen door de Ruach haQodesh kunnen de verstilde woorden uit de Heilige Schrift tot leven komen, komen ze los van het papier en gaan ze ons aanspreken. De aanspreekplaats van de God der Hebreeën is de Heilige Schrift.
Met r b d dabhar zijn de volgende woorden ‘taalverwant’, omdat zij elk twee letters gemeenschappelijk hebben: r b bar (zoon); r k b bechor (oudste zoon); $ r b bérékh (zegenen); r x b báchar (verkiezen); r b [ ‛ábhar (overtrekken, van de overzijde komen). Is er ook inhoudelijke verwantschap te zien?
1 Dábhár kan men ook vertalen met ‘ding’ of ‘daad’ of ‘gebeurtenis. Gods Woord is meer dan een verzameling klanken, het is een daad, een gebeurtenis: als God spreekt dan gebeurt er iets. De kerngebeurtenissen in de menselijke geschiedenis, en dat zijn met name ook de ‘geboortenissen’ de geboorten, zijn in wezen woorden, waarin het Woord geschiedt. Of nog beter: alle gebeurtenissen zijn antwoorden op het Woord. De God der Hebreeën roept en het gebeurt: Hij schrijft geschiedenis, Zijn Woord drijft de mensheid voort. Ook alle scheppingsverschijnselen, alle dingen zijn in wezen woorden, opgeroepen door Zijn Stem: er zij licht! Onze werkelijkheid is een woordwerkelijkheid. Ook wij zelf zijn woordwezens of beter: antwoordwezens, weerklanken op Stem van Hem Die ons in het leven riep. Omdat alle dingen door het Woord geworden zijn, zijn ook alle dingen woordgevoelig en aanspreekbaar: Mozes moest spreken tot de Rots (Num.20:8) en Jehoshua` sprak tot de stormwind (Matth.8:26,27)!
2 De Heilige Schift is niet alleen Gods Woning, maar ook wij mogen wonen in Zijn Woord. In de Bijbel als geheel, maar ook in de Bijbelwoorden afzonderlijk: elk woord is een tempel waar we eerbiedig en verwonderd mogen verblijven.
Notities ter overweging
Merkwaardig dat in onze taal de woorden vooral gezien worden als klankverschijnselen, als woorden die vooral bepaald worden door klinkers: een andere klinker is een ander woord, Bijvoorbeeld de woorden bak, bek, bok, boek hebben de zelfde letters ‘b’ en ‘k’, maar door de klinkers verandert de betekenis. Wij noemen de letters ‘b’ en ‘k’ dan ook mede-klinkers. In het Hebreeuws zijn juist is de letters, letters als Beth, Kaph, Daleth, Resh bepalend voor de woordbetekenis, terwijl de klinkers de betekenis nuanceren, zoals bij dábhár (een ‘zegenrijk’ woord) en debher (een ‘pestwoord’). Hebreeuws is een lettertaal en we doen dan ook meer recht aan deze lettertaal als we voor de transscriptie een letterschrift hanteren en geen klankschrift: dus Abhraham en niet Avraham. Uit een oogpunt van respect voor deze lettertaal is het ook minder gepast om letters zomaar weg te laten omdat ze toch niet klinken: dus Torah, en niet Tora, want er staat een Hé’ aan het eind!
Er zijn nog twee woorden die met dabhar in verband te brengen zijn: h l a ‘álah: een krachtig woord spreken, een eed zweren, een vervloeking uitspreken (Richt.17:2) en het verder ongebruikelijke stamwoord l A a ‘ól met als mogelijke grondbetekenis: vooraan zijn, op de voorgrond staan om een krachtige verklaring af te leggen. Beide woorden zijn duidelijk taalverwant met ~ y h l a ‘élohím. Dus ook langs deze twee lijnen is er samenhang te zien tussen tussen dabhar en Israëls God: Hij is dé ‘Elohím Die met gezag een krachtige verklaring kan afleggen, de opdracht kan geven aan Abhram: Ga ! en aan Farao: Laat mijn volk gaan!
Een woord dat niet taalverwant is met dábhar maar wel betekenisverwant, is: h r A t toráh (onderwijzing). Gods Woord is een voortdurende onderwijzing, of nog sterker een Onderwijzer h r A m (Moreh). Het Levende, Doorademde Woord is onze persoonlijke Gids.


