1. De Bijbel is een studiesubjectHet studieonderwerp van de eerste Tafel is de Hebreeuwse Bijbel. Met nadruk studieonderwerp: de Bijbel is het onderwerp, niet het voorwerp, niet het studieobject maar het studiesubject. De Bijbel spreekt! De Bijbel wil de lezer aanspreken.De Bijbel bestuderen betekent de Bijbel beluisteren.
Voor de Hebreeuwse Volks School is de Bijbel, zowel de Hebreeuwse als de Griekse Bijbel, een ‘evangelisch’ = een ‘boodschappelijk’ boek en geen gewoon geschiedenisboek. Hoewel de geschiedenis een wezenlijk deel is van de Boodschap. Want het gaat in de Bijbel om feiten en niet om ficties, om feiten die in een visionair licht zijn gezet, in Gods Licht. Anders gezegd: de Bijbel is geen gewone literatuur, maar profetische literatuur. Bij gewone literatuur, zoals bij historische romans, worden feit en fictie vermengd: de historische gegevens worden in het kader gezet van de eigen, fictieve voorstelling of verbeelding. Bij profetische lectuur worden de feiten geordend vanuit een profetische visie = vanuit een directe Godsopenbaring
Dit Profetische Meesterwerk, dit literaire Kunstwerk van de Heilige Geest is tegelijk volop een menselijk boek: door mensen handen ontstaan, op de wijze van het brood. In het Joodse dankgebed voor de maaltijd wordt beleden, dat het dagelijks brood (niet de graankorrel, maar het brood!) een unieke gave van God Zelf is: 'U danken wij HERE onze God, Koning der wereld Die het brood uit de aarde doet voortkomen'. God geeft ons brood! Wie anders dan Hij kan de graankorrel in de donkere aarde doen sterven en opstaan in veelvoud? Wie anders dan Hij kan uit een mengsel van meel en water een brood doen voortkomen? Maar tegelijk is dit wonderlijke product voor 100% een menselijk werk: de mens zaait, de mens maait, de mens dorst, de mens maalt, de mens mengt en de mens bakt. En toch belijdt men dagelijks in het Joodse dankgebed: het is Israëls God Die dit hele product uit de aarde doet voortkomen.
Zo belijden wij dat ook de Heilige Schrift, dit Brood des Levens, volledig Zijn Werk is. Ogenschijnlijk een menselijk 'baksel' van toevallig aan elkaar geknoopte teksten uit diverse tijden en culturen met al hun klein menselijke tekortkomingen en beperkte blikken, maar in feite een Goddelijk, harmonisch Kunstwerk, waarbij alle logische en chronologische oneffenheden met Meesterhand zijn opgenomen in het Grote Geheel van Zijn Unieke Woord.
Bij het lezen van de Hebreeuwse Bijbel kunnen we ernstig gehinderd worden door verkeerde vooronderstellingen. In feite luisteren we nooit onbevooroordeeld naar de Bijbel, we kunnen niet anders: altijd vangen we de Woorden Gods op vanuit bewuste of onbewuste vooronderstellingen. Dat is niet alleen bij de Bijbel zo maar bij alle informatie die tot ons komt. In de kennisleer gebruikt men hiervoor graag de beroemde metafoor van de poffertjespan afkomstig van de grote filosoof Immanuël Kant. Alle informatie die bij ons binnen komt valt bij ons in voorgevormde holtes als olijfolie of beslag dat van bovenaf gegoten wordt in een poffertjespan. In feite staan we steeds bij alles wat we horen, zien of lezen met een poffertjespan in de hand.
Er zijn gemeenschappelijke of groepseigen uitgangspunten, maar ook heel persoonlijke vooroordelen, van waaruit we onze werkelijkheid benaderen. Dat doen we ook bij het lezen van de Bijbel, vanuit een bepaalde gezichtshoek, met eer bepaald soort ´poffertjes pan´ in de hand benaderen we de tekst en de Woorden, de Inzichten die we krijgen vallen bij ons in voorgevormde holtes. Dat kunnen goede ‘holtes’ zijn, maar ook volkomen verkeerde, waardoor de Informatie volledig vertekend of zelfs vervalst wordt. Als we de Bijbel benaderen vanuit de verkeerde vooronderstelling dat Torah vervuld is, dat Jehoshua` ‘los verkrijgbaar is’, los van Israëls God en los van Zijn volk, en dat het volk Israël geen eigen volksbestaan meer nodig, geen licht meer hoeft te zijn voor de volken, omdat de Kerk deze functie heeft overgenomen, dan komt de Goddelijke Informatie verkeerd, vertekend, vervalst bij ons binnen.
De Bijbel laat zich op verschillende manieren benaderen. Men kan de Bijbel zien als een bundel boeken’ of ook als een serie zinnen in zinvol verband! Maar de Bijbel is ook te zien als een reeks woorden. Woorden die elk hun eigen unieke waarde hebben. Bijbelwoorden zijn als tempeltje, als heiligdommen waar we eerbiedig mogen binnen gaan en verwonderd om ons heen kijken, waar God Zelf, onze Schepper en Bevrijder ons wil aanspreken, bemoedigen, begeesteren of terechtwijzen. Omdat de Bijbel een volstrekte literaire eenheid is, een Goddelijk, harmonisch Kunstwerk is het mogelijk om woordstudie te doen op basis van onderlinge woordvergelijking = om een woord in het ene verband te vergelijken met hetzelfde woord in een ander verband. Om bijvoorbeeld het eerste Bijbelwoord reshiet (Gen. 1:1) te laten belichten door het zelfde woord uit Lev. 23:10 en uit Spr. 8:22.
Bij de Bijbelwoordstudie wordt overigens niet alleen gelet op gelijke woorden, maar ook op gelijke letters en op de betekenis van die letters. Het is een Hebreeuwse uitlegregel: als twee letters in een woord dezelfde zijn dan ‘moet’ er ergens verband tussen beide zijn. Zoals tussen [ m v shama` (horen) en h [ m mé`eh (ingewand, innerlijk, hart): horen is van harte ontvankelijk zijn, is het Woord van de God der Hebreeën laten doordringen tot in ons binnenste.
De HVS wil een aanzet gegeven tot het beluisteren van 888 Bijbelwoorden in drie groepen: de eerste 8, de eerste 88 en de eerste 888. Elke woordgroep wordt steeds omsloten door zeven Bijbelwoorden uit het kerngezegde in Deuteronomium 6 vers 4 en 5: Hoor Israël, de HERE is onze God, de HERE is Eén, Gij zult Liefhebben met geheel Uw hart. De Zeven woorden zijn:
1. h y h hájáh: geschieden,
2. ~ y h l a ‘elohím: God,
3. d x a ‘echád: één, uniek,
4. b h a ‘áhabh: liefhebben,
5. b l lébh: hart,
6. [ m v sháma`: horen en
7. l a r f y Jisraël: Israël.
Omdat deze Zeven van de hoogste orde zijn worden ze als ‘hoofdwoorden’ geplaatst op de Hoofdtafel.
De 888 krijgen een plek op drie Bijzettafels. De eerste Acht op Bijzettafel 8. Het zijn de woorden:
De 888 krijgen een plek op drie Bijzettafels. De eerste Acht op Bijzettafel 8. Het zijn de woorden:
1. r b d dábhár (woord),
2. [ v y jásha` (bevrijden),
3. v d q qádash (heiligen),
4. $ r b bárákh (dankzeggen),
5. # r a erets (aarde, land),
6. r x b bákhar (verkiezen),
7. $ l h hálakh (gaan, wandelen),
8. ~ l v shálóm (vrede).
Een richtinggevende volzin
Om in de veelheid van de 888 de eenheid in het oog te houden, hanteert de Hebreeuwse Volks School een volzin die slechts dient als een richtinggevende notitie bij het beluisteren van de vele, veelzijdige en veelkleurige Bijbelwoorden: De God (‘Elohim) der Hebreeën Die onze Oorsprong(‘Abh) is, heeft ons bevrijd (jásha`, Jêhóshúa`) en geheiligd (qádash, Ruach HaQodesh) opdat wij Zijn Liefde (émet‘ en chesed) weerspiegelen én weerkaatsen (beantwoorden) in een dankzeggend leven en samenleven in het spoor van Israël, in saamhorigheid aan Zijn Woord: Hoor Israël!
Acht thema’s acht kleuren
De eerste Acht Bijbelwoorden die corresponderen met de Acht Studietafels dragen de kleuren van de regenboog. Het wit, de basiskleur van de regenboog is bestemd voor de Eerste en de Achtste tafel. Wit verwijst naar de Bijbel die een ‘licht is op ons pad’ (en naar de God van de Bijbel die Zelf het Licht is en woont in een ontoegankelijk Licht. Wit typeert ook de Achtste tafel: het stralende licht van de komende Shalom! Rood, de kleur van de liefde, van de zelfovergave, kleurt de Tweede Tafel over de God der Hebreeën. Oranje, de speciale tint die dicht tegen rood aanligt, een zwakke afglans ervan als maneschijn van zonlicht, past bij de Derde Tafel: Mens zijn in het spoor van God der Hebreeën. Geel, de kleur van de vreugde, van de feestelijke vieringen karakteriseert de Vierde Studietafel: ‘Samenloving in het spoor van Israël’. Groen is de kleur van de aarde, van Erets Jisraël, de Vijfde Tafel: het gaat om de hemel op aarde: ‘God komt op aarde wonen met groene eeuwigheid’ en de Berg Tsion is daartoe Zijn startplaats. Blauw of indigo, deze diep blauwe tint duidt op het diepe geheim van Gods verkiezend handelen met Israël en met Israëls ‘handlangers’ onder de volken: de Zesde Tafel. De kleur Paars violet typeert de Zevende Tafel over het gaan met God en over voortdurende verootmoediging vanwege ons te kort schieten niet alleen, maar vooral vanwege onze zelfhandhaving tegenover God als onze Schepper (Abh, Vader), maar ook tegenover Hem als onze Bevrijder (Moshia`). We willen liever niet van genade leven, niet Zijn Liefde weerspiegelen, wij willen graag ons zelf verwerkelijken en zelf iets presteren, liever ‘goede werken’produceren dan vruchten dragen.
De Aleph Leesmap is in voorbereiding.
Er zijn twee Bijlagen: ‘Feit en Visie’ en ‘Bedreigde mondigheid’.
Er zijn twee Bijlagen: ‘Feit en Visie’ en ‘Bedreigde mondigheid’.


