Home Digitale Studiezaal Acht studietafelwoorden

Zoeken

Acht studietafelwoorden



Dábhar Send Print
1. r b d dábhar: spreken
Aansluitend op Studietafel Aleph
Twee werkwoorden typeren de Hebreeuwse Bijbel r m a ‘ámar (zeggen) en r b d dábhar (spreken). De Bijbel is een boek waarin gesproken wordt van mens tot mens, van de mens tot zijn God, maar vooral ook door God Zelf. De God van de Bijbel is een sprekende God en Hij is voor mensen aanspreekbaar. Het werkwoord ‘ámar doelt meestal op de handeling van het spreken (‘en God zeide’), dábhar op de inhoud ervan (‘er zij licht!’). Dábhar, en dan vooral in de versterkte vorm r Bedi díbér, betekent: een spreuk of een machtswoord uitspreken, een opdracht geven. In die zin komt het de eerst keer voor in Gen. 8:15, waar JHWH een bevrijdend machtswoord sprak tot Noach toen Hij de opdracht gaf: ‘Ga uit de ark!’ Daarna komt dábhar weer ter sprake in Gen.12:4, waar staat dat Abhraham op weg ging naar het Beloofde land op gezag van het machtswoord dat AdonaJ Altijd Aanwezig, tot hem gesproken had: Abhraham ging uit Charan weg zoals JHWH hem had opgedragen. (zie NBV vertaling)
Laatste wijziging (maandag, 24 augustus 2009)
Lees meer...
 
Jasha Send Print
2. [ v y  jasha`: bevrijden
Aansluitend op Studietafel Beth
Het Hebreeuwse werkwoord  [ v y jásha` bevrijden hoort thuis in de voorste rij van de Bijbelse kernwoorden. Een kernachtig woord dat kenmerkend is voor de God der Hebreeën: Hij bevrijdt, Hij heeft bevrijd en zal bevrijden.
De eerste keer dat het woord gebruikt wordt met Israëls God als onderwerp is in verband met de bevrijding uit Egypte: ‘zo bevrijdde de HERE op die dag de Israëlieten uit de macht der Egyptenaren’ (Ex.14: 30).
Laatste wijziging (maandag, 24 augustus 2009)
Lees meer...
 
Bérékh Send Print
4. $ r b bérékh: zegenen
Aansluitend op Studietafel Daleth
Een goede vertaling voor het werkwoord  $ r b bárakh of in de versterkte vorm bérékh is zegenen en voor het zelfstandig naamwoord h k r b bêrákháh: zegen of zegenspreuk . Maar wat is zegenen? In het Hebreeuws is er woordverband tussen  $ r b bárakh en r b d dábhar (of in de versterkte vorm dibér): spreken, een zinvol woord zeggen. Ook in onze taal is er een opmerkelijk (toevallig?) letterverband te zien tussen ‘zegenen’ en ‘zeggen’: zegenen is iets zeggen dat zeer gewichtig is. Een zegenspreuk is een zin met een zware lading, een ‘ingedikt gezegde’ waarin een lang verhaal in een paar woorden is samengevat. Zoals de zegenspreuk over het dagelijks brood: ‘Gezegend zijt Gij Die het brood uit de aarde doet voortkomen’, een unieke, zeer compacte zin waarvan de uitleg hele bladzijden kan vullen. Dat ‘God het brood uit het aarde doet voortkomen’, legt dat maar eens uit! Spelen wij hierbij dan geen rol? Is God behalve de Schepper van de wondere graankorrel die sterft en opstaat in veelvoud, dan ook de Boer die het graan gaat oogsten en de Molenaar die het maalt tot meel en de Bakker die er brood van maakt? Ook de zegenspreuken die we ontvangen: ‘De HERE doe Zijn Aangezicht over U lichten en zij U genadig’, zijn gewichtige woorden, met zo’n zware lading dat we als vanzelf ons hoofd gaan buigen of op onze knieën gaan. Het Hebreeuwse woord voor ‘knie’ is  $ r b berekh (dezelfde letters!) en $ r b bárakh als werkwoord kan ook ‘knielen’ betekenen.
Laatste wijziging (maandag, 24 augustus 2009)
Lees meer...
 
Erets Send Print
5. # r a  'erets: aarde
Aansluitend op Studietafel Hé’

In de beschrijving van de schepping in Gen. 1 komt het woord  # r a erets-aarde 19 keer voor tegenover het woord  ~ y m v shamajim hemel 8 keer. In het geheel van de Bijbel liggen de verhoudingen nog anders: aarde 2505 maal en hemel 421 maal en daarbij moet ook nog in mindering gebracht worden dat in veel gevallen met de hemel niet gedoeld wordt op de woonplaats van God of de engelen, maar zoals in Gen. 1:26,28,30 gewoon op de wolkenhemel, waar de vogels rondvliegen. Gaat in de Bijbel dus om de aarde? Ja, het gáát om de aarde, maar het drááit om de hemel. InGen. 1 staat niet de aarde, maar de hemel voorop: in het begin (of met beginsel!) heeft God de hemel en de aarde geschapen. De hemel eerst! De hemel is geen bijproduct van de aarde, niet een schepping van de menselijke verbeelding, maar het uitgangspunt van al het aardse. Zoals Eva uit Adam, is de aarde uit de hemel ‘genomen’. In het woord hemel  ~ y m v shámajim zit het woord  m veshem: naam. In de hemel resideert de NAAM, en vanuit de hemel heeft Hij al de namen uitgesproken die gestalte kregen in een mateloze veelheid van scheppingsverschijnselen: ‘want Hij sprak en het was er’ (Ps. 33:9). Door Zijn Stem vanuit de hemel is alles geworden. De hemel is de basis van de aarde en uiteindelijk gáát het om de hemel op aarde (Openb. 21:2)!
Laatste wijziging (maandag, 24 augustus 2009)
Lees meer...
 
Báchar Send Print
6. r x b báchar: kiezen
Aansluitend op Studietafel Waw
Het Hebreeuwse werkwoord r x b BÁCHAR kiezen is één van de kernwoorden die kenmerkend zijn voor de God der Hebreeën: Hij kiest, heeft gekozen en zal vasthouden aan zijn keuze! Israëls God is geen automaat, geen voorgeprogrammeerd robotachtig Wezen dat onverstoorbaar en gevoelloos volgens een vastgestelde orde zijn programma afwerkt. Hij is ook geen grillig Noodlot dat willekeurig en onberekenbaar in onze geschiedenis ingrijpt. Maar Hij is die Ene Unieke Grootheid Die bewust kiest en hoe dan ook aan zijn keuze vasthoudt.
Zijn verkiezend handelen begint al bij de schepping, Hij kiest in de mateloze veelheid van het heelal voor onze planeet aarde. Hij kiest voor Noach, Hij kiest voor Abram. Maar de eerste keer dat dit werkwoord r x b BÁCHAR kiezen voorkomt in relatie tot Israëls God is in Deut. 7:6 ‘U heeft de HERE Uw God uitverkoren uit alle volken om Zijn volk te zijn’. Waarom Israël? Niet omdat U zo’n groot en sterk volk was, zegt Mozes, maar … omdat God U liefhad (Deut.7: 8)
Laatste wijziging (maandag, 24 augustus 2009)
Lees meer...
 
Hálakh Send Print
7. % l h  hálakh: gaan, wandelen
Aansluitend op Studietafel Zajin
Het woord  % l h  halakh is volledig gekleurd door de geschiedenis van Israëls God met Zijn volk. Abraham wordt met dit werkwoord weggeroepen uit zijn geboortehuis: ga! naar het land dat Ik u wijzen zal (Gen. 12:1). Namens God spreekt Mozes dit werkwoord tegenover Farao, Israëls verdrukker: ‘laat Mijn volk gaan! (Ex. 10:3). En als het volk wegtrekt, gaat God zelf voor hen uit (Ex.13:21).
De hele woestijntocht zelfs wordt getypeerd als een gaan met God, als een wandeltocht met Hem: ‘veertig jaar ging Ik met u (deed Ik u wandelen) door de woestijn’ (Deut.29:5). Steeds ging Hij voorop als hun % l m melekh: Koning (er is woordverband tussen  % l m  en  % l h: de koning is degene die voortdurend voorop gaat!). Telkens wanneer de Koning verder trok, wanneer de Wolk van Zijn Aanwezigheid zich ophief, braken ook de kinderen Israëls op en wandelde het hele volk met Hem mee (Ex.40:36). Een ontroerend gegeven: een hele volksgemeenschap als pelgrims op weg naar het Beloofde Land, wandelend met God.
Laatste wijziging (maandag, 24 augustus 2009)
Lees meer...
 

Home Digitale Studiezaal Acht studietafelwoorden