Als de spaken staken
over
het verbond tussen Israël en de volken
of
het toetreden van de volken tot de verbondsgemeenschap met Abrahams God
Inleiding: 5770
Volgens de in Israël gehanteerde kalender leven we nu in het jaar 5770, in het zeventigste jaar van de 58e eeuw. In de Joodse visie is dit de eeuw van Gods genade: 58 = Nun-Cheth, waarin het woord chen (=verrassende wending, genade) schuil gaat. Maar deze 58e is wel de eeuw die begon in het diepe duister van de Tweede Wereldoorlog, van de Shoa, de radicale vernietigingspoging van het Joodse volk die na de stichting van de staat Israël in het achtste jaar voortgezet werd in zeventig moorddadige terreuraanslagen en zeven bloedige oorlogen. Men hoeft nu, in het jaar 70, geen ziener te zijn om te zien aankomen dat de komende zeven jaren voor Israël heel spannend zullen zijn, voor Israël én de volken. Voor beiden, want er is van Godswege een verband gelegd, een verbond gemaakt tussen Israël en de volken. Wanneer de volken ‘als spaken staken’ (= zouden steken) in de naaf, dat wil zeggen: als zij zich zouden vasthechten in een onverbrekelijk verbond aan het Godsvolk Israël, zou er een verrassende wending ontstaan in de wereldgeschiedenis, met perspectief op vrede en welvaart voor allen, ‘ieder onder eigen wijnstok en vijgenboom’ (Micha 4:4).
1. Israël als de naaf
De Joodse staat Israël is als de naaf in het wiel, de volken zijn de spaken en de verbondsgemeenschap met Abrahams God is de band die alle volken samenbindt. De opening in het midden van de naaf is de Godsstad Jeruzalem, waarheen de volken, de volksvertegenwoordigers, optrekken voor de lofzang en het onderricht (Jesaja 2:1-4; Micha 4:1-4). In het samenloven van Abrahams God en het saam-horig zijn aan Zijn Torah verwerkelijkt zich de vereniging der naties.
2. De heiliging van de NAAM
Het is Israëls unieke roeping om de volken vóór te gaan in het heiligen van de NAAM, van de UNIEKE NAAM die verwijst naar wat Israëls God doen zal, doet en gedaan heeft: Hú Jihjeh–HoWeh-we-Hájah. Het heiligen, het afzonderen, apart zetten en hooghouden van deze NAAM is het wezen van de Bijbelse ‘awodáh (eredienst én dienstbetoon). De naam waarmee Israëls God zichzelf benoemt in Exodus 3:14, is een vervoeging van ‘hajah’, het meest dominante werkwoord in de Bijbel, dat ‘geschieden’ betekent of ‘daadwerkelijk aanwezig zijn’. Met deze benaming wil God Zijn volk op het hart binden: ‘Ik ben met jullie, Ik ben werkelijk en werkzaam aanwezig, bevrijdend, heiligend, begeleidend. De compacte Vierletterige Naam ‘J-HW-H’ is te verstaan als de beginletters van de drie werkwoordsvormen Jihjeh (Hij zal daadwerkelijk aanwezig zijn), HoWeh (Hij is daadwerkelijk aanwezig) en Hájáh (Hij was daadwerkelijk aanwezig). Israëls God is wel de Schepper van al wat is en leeft, maar Hij is vooral de God van de geschiedenis. Hij máákt geschiedenis, Hij schrijft met eigen Hand de kleine roman van onze persoonlijke en familie geschiedenis, maar ook de Grote Roman van de wereldgeschiedenis met Israël in de hoofdrol, waarbij wij persoonlijk en als volk volledig verantwoordelijk gesteld worden voor onze verkeerde keuzes en wandaden tegenover Zijn schepping, Zijn volk en Zijn mensen. Deze Unieke NAAM hooghouden, Hem erkennen en dienen als de Ene, de Unieke, de Onvergelijkelijke is de kurk waarop de wereld drijvende blijft. Als deze heiliging ontbreekt, stagneert of te kort schiet, zinkt onze wereldsamenleving weg in chaos en verwarring, in onderlinge conflicten en bloedige oorlogen. En met de wereldsamenleving raakt ook de schepping uit balans en kunnen er rampzalige dingen gebeuren.
* Het afdekken van de NAAM door vage benamingen als ‘Oneindige’ of ‘Eeuwige’ met het doel ‘ijdel gebruik’ te voorkomen kan juist leiden tot het ‘opheffen van de NAAM tot het ijdele’, tot Iets Nietszeggends. De woorden ‘oneindig’ of ‘eeuwig’ zeggen immers ‘niets’ over het Unieke van Israëls God: het zijn letterlijk ‘ijdele’ woorden, het is misbruik van de NAAM!
3. Heiliging door lofzang en dankbaarheid
De heiliging van de NAAM voltrekt zich op twee sporen: door lofzang en dankbaarheid. Hem, de Ene, de Unieke lof toezingen is Hem prijzen en bejubelen om Zijn Grootheid, Zijn Goedheid en vooral om Zijn daadwerkelijke Aanwezigheid, om Zijn Vergevende Liefde en Trouw (Zijn chen, chesed én ‘emeth). Een liefde en trouw die Hij door Zijn Aanwezige Geest in ons wil weerspiegelen: in ónze daadwerkelijke aanwezigheid, in ónze vergevingsgezindheid en óns dienstbetoon aan Zijn schepping.
En Hem, de Ene, de Unieke dankbaarheid betonen is niet alleen dankwoorden (bêráchóth) uitspreken over Zijn scheppingsgaven, over het dagelijkse brood aan de huistafel en over de wijn in het weekend, maar het betekent ook de eerstelingen afzonderen van de oogst, en de eerstgeborenen van het vee en van de moederschoot afstaan aan Hem als teken dat heel de aarde en alles wat groeit en leeft van Hem is en dat wij slechts de knechten, de, rentmeesters, het grondpersoneel zijn om Zijn grond, Zijn aarde te bedienen en te bewaren.
Door deze lofzang en dankbetuiging wordt de NAAM apart gezet, hooggehouden, wordt Israëls God groot gemaakt, krijgt Hij de ereplaats die Hem toekomt in ons leven en in onze samenleving, ver verheven boven alle andere krachten en machten, die zich aan ons opdringen. Maar tegelijk komt Hij, de HoogVerhevene, door lofzang en dankzegging ook naar ons toe, daalt Hij af van Zijn Hoge Troon en maakt Hij woning in ons midden - de Heilige Israëls troont op de lofzangen van Zijn volk (Psalm 22: 4) - en doet ons met koning David ervaren hoe Hij Zich volledig met ons vereenzelvigt, daadwerkelijk onze zonden op Zich neemt en wegdraagt (Psalm 32:5; het Hebreeuwse werkwoord násá’: vergeven, betekent letterlijk optillen, wegdragen).
4. Tweeërlei heidense religies
Waar de heiliging van de NAAM ontbreekt of grotendeels afwezig is, wordt de leegte gevuld met diverse vormen van heidense of volkse religiositeit. In hoofdzaak gaat het om twee soorten van heidendom of volksreligie die onderling tegenstrijdig zijn:
- de Baälreligie, de dienst aan de natuurgoden of afgoden, is de religie van de aardse lustbevrediging via seks, voedsel, drank etc.
- de mystieke religie, de dienst aan de afgod van het eigen innerlijk, is de religie van de geestelijke lustbevrediging via meditatie, geestelijke oefeningen, onthoudingen en andere ontberingen.
Ook de, Christelijke, Islamitische en Joodse godsdiensten kunnen, wanneer de relatie met de NAAM ontbreekt of geritualiseerd, vervormelijkt wordt, ontaarden in heidense vormen van geestelijke zelfbevrediging, waarbij het eigen, narcistische, zelfzuchtige ‘ik’ in plaats van af te sterven zich versterkt, zich ver‘ik’t veredelt, zich goddelijk voelt, een ‘goddelijke vonk’, autonoom, eigenwettelijk. Terecht is wel gezegd dat massa’s moderne heidenen verscholen zitten in kerken, synagogen en moskeeën.
5. Afgoden en áf-goden
Behalve afgoden, natuurgoden, volksgoden, zijn er ook áf-goden. Een áf-god is een grootheid die oorspronkelijk is af-geleid van de Ene, de Unieke, de God van Abraham, Isaäk en Jacob, maar die daarvan is losgeraakt of bewust losgekoppeld en daarna is verzelfstandig tot een eigen ‘godheid’. Dit proces van verwijdering en verzelfstandiging ten opzichte van Israëls God, kon ook plaatsvinden in het kader van alle drie Abrahamitische godsdiensten, in het bijzonder in de Christelijke en Islamitische. In het Christendom is vrijwel van meet af aan de verschijning van Jêhóshua` haNotsrí (Jezus van Nazareth) Die als het Lam Gods de zonden der wereld op Zich nam, zoals gesymboliseerd in het offerritueel op Jom Kipur (Leviticus 16:21, Johannes 1:29) losgekoppeld van Israëls God en verzelfstandigd.
Jezus en Mozes werden tegenover elkaar gesteld als de genade tegenover de wet. Alsof Israël nooit eerder Gods genade, Zijn vergevende Liefde ervaren had! Israël leeft van genade en nergens anders van, altijd al en nog steeds. Het hele bestaan en voortbestaan van het Joodse volk tot op heden is genade, Goddelijke Chen. Jêhóshua` ha Notsrí is de belichaming en verpersoonlijking van deze Chen Gods. Zijn verschijning op het wereldtoneel is geen losstaand verschijnsel, maar een Uniek Moment in de lange Geschiedenis van Gods genadig handelen met Zijn volk en Zijn mensheid. Een Moment dat kort daarna openbrak en losbarste in een tot dusver ongekende ‘Spirituele Explosie’, een ‘Geestelijke Big Bang’ die natrilt tot op heden: de uitstorting van de Heilige Geest, de Ruach van Israëls God (Joël 3/2:28-; Handelingen 2).
Deze Geestelijke uitstorting van Goddelijjke Chen, heeft door de uitzending van 12 gezanten vanuit Jeruzalem wereldwijd een verrassende wending gebracht in de geschiedenis van mensen en volken. Een wending vooral van binnenuit, want de Ruach haQodesh, deze Heilige Aanwezigheid Die inwonen wil in mensenharten, wil van binnenuit Zijn bevrijdend, reinigend en heiligend werk doen. Maar losgekoppeld van Israëls God kan ook deze ‘Inwoning’, deze Innerlijke Geestkracht verzelfstandigd worden tot een áf-god. Een áfgod die op een nieuw niveau onze oude lust doet herleven tot geestelijke zelfbevrediging en onze oude narcistische neiging versterkt om verliefd te zijn op onszelf, op eigen geestelijke begaafdheden of geestelijke prestaties (Mattheus 7: 21-23).
Naast áf-goden zijn er ook áf-godische visies zoals de humanistische levensbeschouwing die behalve Grieks-Romeinse ook Joodse en Christelijke wortels heeft, maar zich hiervan heeft losgekoppeld. Met als gevolg dat het humanisme niet alleen losgeraakt is van Israëls God als de Ene, Unieke maar ook van Zijn volk. De humanistische filosofen - en in hun spoor talloze moderne wetenschappers, artiesten, journalisten en andere opiniemakers willen niet weten van Israël als een apart gesteld, uitverkoren Godsvolk als voortrekker der mensheid. Volgens humanistiche visie zijn alle mensen en alle volken hetzelfde: ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’. Naar Bijbels inzicht zijn alle mensen wel gelijk, maar niet gelijktijdig: er zijn eerstelingen die eerder dan de anderen in Zijn dienst geroepen zijn, zoals Israël, Gods Eersteling.
** De eerste theoloog in de wereldgeschiedenis die uitging van de principiële eenheid tussen Oud en Nieuw Testament was de Fransman Johannes Calvijn (theoloog, humanist en jurist); volgens Calvijn gaat het in beide verbonden (testamenten) om hetzelfde Evangelie, alleen de ‘bediening is verschillend’. Helaas hebben velen van zijn volgelingen dit principe losgelaten en zijn teruggevallen op het oudchristelijke schema van ‘wet en genade’.
6. De Rode loper voor de komende Koning
De heiliging van de NAAM is geheel gericht op de doorbraak van het Koninkrijk Gods vanuit Tsion voor alle volken, zoals voorzien door Israëls profeten (Jesaja 2:1-4, Micha 4:1-4). De komst van dit Vrederijk vanuit Tsion is volledig Gods Zaak: op Zijn tijd en langs Zijn Weg zal het eenmaal komen. Maar wij mogen en kunnen wel Zijn komst voorbereiden door de hobbels en barricades op te ruimen, door Zijn weg te plaveien en de loper voor Hem uit te leggen. De NAAM heiligen is als het uitleggen van de Rode Loper voor de komende Koning. Een loper die geweven is uit diverse Torahdraden, maar voornamelijk uit drie kerndraden, drie kardinale Torahvoorschriften:
- het ordenen van de tijd (Zijn tijd) door het afzonderen (heiligen) van de vaste tijden voor het dagelijkse morgen- en avondgebed, van de wekelijkse rustdag en van de jaarlijkse feesttijden, Pesach, Shawuoth en Sukoth (Exodus 20: 8-10; Exodus 29: 38-46 en Leviticus 23).
- het ordenen van het aardse bezit (Zijn bezit) door het afzonderen (heiligen) van de eerstelingen en de eerstgeborenen, en ook door het in acht nemen van het Rustjaar voor de aarde en van het Grote Herverdelingsjaar (Leviticus 25).
- het radicaal herordenen van ons persoonlijk leven door van harte ontvankelijk te zijn, letterlijk: open-hartig te zijn voor de bevrijdende, reinigende en heiligende Geest van de komende Koning. De Geest Die niet alleen ons vervult met de Vergevende en Betrouwbare Liefde Gods, met Zijn chen, chesed en ‘emeth, maar Die ook Zijn Torah wil schrijven in onze harten zodat het doen van Gods wil vanzelfsprekend wordt, even vanzelfsprekend als eten en drinken (Jeremia 31:33, Hebreënbrief 8:10; 10:10).
*** Omdat de Torah is afgestemd op een kleinschalige, agrarisch-ambachtelijke samenleving en dus niet goed spoort met onze modern Egyptische (oververtechniseerde) en modern Babylonische (oververstedelijkte, vercommercialiseerde en gemassificeerde) wereldsamenleving, hoort bij het uitleggen van de Rode Loper ook de voorbereiding op een uittocht uit dit moderne Egypte en Babel en een terugtocht naar het Beloofde Land dat zo klein is als Kanaän en zo wijd als de wereld.
7. Als de spaken staken
Het is de verantwoordelijkheid van Israël om zijn unieke positie in te nemen als de naaf der volken: om te midden van de wereldsamenleving een koninklijk (leidinggevend), priesterlijk (vierend- lernend-lerend) en profetisch volk te zijn: een licht voor de naties (Exodus 19:6). Maar het is de verantwoordelijkheid van de volken om Israël in deze uitverkoren positie op het hun toegewezen stukje van Gods goede aarde te erkennen en zelfs hen hiertoe aan te sporen en te bemoedigen. Wanneer de volken daarentegen Israëls positie en het recht op het hun Beloofde Land betwisten, met woorden of met gewelddaden, loopt het slecht met hen af: ‘raakt Mijn gezalfden (letterlijk: messiassen) niet aan en doe Mijn profeten geen kwaad’ (Psalm 105:15).
Als de volken ‘als spaken staken (zouden steken) in de naaf’, als ze zich aan Israël zouden verbinden en toetreden tot de verbondsgemeenschap met Israëls God, zou er toekomstperspectief zijn, ook voor de 1 miljard hongerigen in de krotterwijken van onze miljoenensteden.
Maar als de spaken staken, als de volken weigeren om zich in te voegen in de naaf en niet willen weten van een vaste relatie met Abrahams God, wacht de wereld een Godsgericht, chaos en totale ontreddering (Joël 4: 1-3; 3:1-3).
Tot slot: Is zeventig niet meer dan voldoende?
Het is in Israël 5770, het zeventigste jaar van een eeuw die begon met de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, van de moord op de Zes miljoen. ‘Zeven is voldoende’, zingt een kerklied. Maar is zeventig niet meer dan voldoende? Zijn de zeventig jaren van verdrukking en miskenning door de volken, de zeventig jaren van de Shoah, van de zeventig moordaanslagen op stadsbussen, markten, winkelcentra, en van de zeven oorlogen tot en met de Gaza-oorlog (die nog steeds gaande is: nog altijd vallen er gevaarlijke explosieven op Israëlische stadjes en dorpen bij dag en bij nacht) – niet meer dan dan voldoende, meer dan een volk verdragen kan? Men hoeft geen profeet te zijn om te kunnen vermoeden dat binnenkort wel eens de Stem kan klinken: ‘En nu is het uit!! Genoeg is genoeg!!
Jeruzalem, Lev Yerushalim, 18 King Georgestreet
11 en 12 Januari 2010/25 en 26 Tewet 5770

Jeruzalemdocument 5770
